BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 29
Bouwbesluit
1. Het dak moet, ter voorkoming van een voor de gezondheid onaanvaardbare situatie bij de woning of het woongebouw, een voorziening hebben voor de opvang en afvoer van hemelwater, die kan worden aangesloten op het openbaar riool.
2. De voorziening voor hemelwater moet voor de opvang en afvoer van hemelwater een capaciteit hebben die, bepaald overeenkomstig NEN 3215, ten minste gelijk is aan de overeenkomstig die norm bepaalde belasting van die voorziening.
3. De voorziening voor hemelwater, voor zover die voorziening binnen de woning of het woongebouw is gelegen, moet, ter voorkoming van een voor de gezondheid onaanvaardbare situatie in de woning of het woongebouw, bepaald overeenkomstig NEN 3215, lucht- en waterdicht zijn.
4. De voorziening voor hemelwater mag zijn samengevoegd met de voorziening voor afvalwater en faecaliën, tenzij de voorziening voor hemelwater kan worden aangesloten op het openbaar riool dat uitsluitend is bestemd voor de afvoer van hemelwater.
5. Indien toepassing is gegeven aan het vierde lid, moet de samengevoegde voorziening een capaciteit hebben die, bepaald overeenkomstig NEN 3215, ten minste gelijk is aan de overeenkomstig die norm bepaalde belasting van die voorziening.
2. De voorziening voor hemelwater moet voor de opvang en afvoer van hemelwater een capaciteit hebben die, bepaald overeenkomstig NEN 3215, ten minste gelijk is aan de overeenkomstig die norm bepaalde belasting van die voorziening.
3. De voorziening voor hemelwater, voor zover die voorziening binnen de woning of het woongebouw is gelegen, moet, ter voorkoming van een voor de gezondheid onaanvaardbare situatie in de woning of het woongebouw, bepaald overeenkomstig NEN 3215, lucht- en waterdicht zijn.
4. De voorziening voor hemelwater mag zijn samengevoegd met de voorziening voor afvalwater en faecaliën, tenzij de voorziening voor hemelwater kan worden aangesloten op het openbaar riool dat uitsluitend is bestemd voor de afvoer van hemelwater.
5. Indien toepassing is gegeven aan het vierde lid, moet de samengevoegde voorziening een capaciteit hebben die, bepaald overeenkomstig NEN 3215, ten minste gelijk is aan de overeenkomstig die norm bepaalde belasting van die voorziening.