BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 139
Bouwbesluit
1. In een woonwagen moet, met het oog op het zich kunnen wassen, ten minste één afsluitbare badruimte aanwezig zijn.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid, mag de in dat lid bedoelde badruimte deel uitmaken van het gebouw, bedoeld in artikel 140.
3. De badruimte, bedoeld in het eerste of tweede lid, moet een vloeroppervlakte hebben van ten minste 1,6 m 2, waarvan de breedte ten minste 0,8 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,1 m is.
4. Een badruimte mag, met het oog op een doelmatige benutting van de gebruiksoppervlakte van de woonwagen of van het gebouw, bedoeld in artikel 140, zijn samengevoegd met een toiletruimte, mits de vloeroppervlakte van die samengevoegde ruimte ten minste 2,6 m 2is, waarvan de breedte ten minste 0,8 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,1 m is.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid, mag de in dat lid bedoelde badruimte deel uitmaken van het gebouw, bedoeld in artikel 140.
3. De badruimte, bedoeld in het eerste of tweede lid, moet een vloeroppervlakte hebben van ten minste 1,6 m 2, waarvan de breedte ten minste 0,8 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,1 m is.
4. Een badruimte mag, met het oog op een doelmatige benutting van de gebruiksoppervlakte van de woonwagen of van het gebouw, bedoeld in artikel 140, zijn samengevoegd met een toiletruimte, mits de vloeroppervlakte van die samengevoegde ruimte ten minste 2,6 m 2is, waarvan de breedte ten minste 0,8 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,1 m is.