BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 213
Bouwbesluit
1. De toegang van een ruimte die is gelegen in een toegankelijkheidssector, alsmede de toegang van een toegankelijkheidssector ter plaatse van het aansluitende terrein en de toegang van de bijzondere toegankelijkheidssector ter plaatse van het aansluitende terrein als bedoeld in artikel 212, onderscheidenlijk het eerste, tweede en vijfde lid, moeten, met het oog op de toegankelijkheid, een vrije doorgang hebben van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste 2,1 m.
2. Een verkeersruimte die deel uitmaakt van een toegankelijkheidssector, moet, met het oog op de begaanbaarheid, een vrije vloeroppervlakte hebben met een breedte van ten minste 1,1 m.
3. Een verkeersruimte die deel uitmaakt van een bijzondere toegankelijkheidssector moet een vrije vloeroppervlakte hebben met een breedte van ten minste 1,4 m.
2. Een verkeersruimte die deel uitmaakt van een toegankelijkheidssector, moet, met het oog op de begaanbaarheid, een vrije vloeroppervlakte hebben met een breedte van ten minste 1,1 m.
3. Een verkeersruimte die deel uitmaakt van een bijzondere toegankelijkheidssector moet een vrije vloeroppervlakte hebben met een breedte van ten minste 1,4 m.