BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 317
Bouwbesluit
1. Een gebouw moet, afhankelijk van zijn bestemming en inrichting, zodanig zijn geconstrueerd dat in een verblijfsruimte, bepaald overeenkomstig NEN 2057, een zodanige equivalente daglichtoppervlakte aanwezig is dat in die ruimte voldoende daglicht kan toetreden en vanuit die ruimte naar buiten kan worden gekeken.
2. Bij de bepaling van de in het eerste lid bedoelde equivalente daglichtoppervlakte blijven bouwwerken en daarmee gelijk te stellen belemmeringen die zich niet bevinden op het perceel waarop het gebouw is gelegen, en daglichtopeningen in een uitwendige scheidingsconstructie, voor zover die openingen, gemeten loodrecht op die openingen, zijn gelegen op een afstand van minder dan 2 m van de perceelsgrens, buiten beschouwing.
3. In afwijking in zoverre van het tweede lid, mag, indien het perceel waarop het gebouw is gelegen, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand zijn aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen.
4. Bij de bepaling van de in het eerste lid bedoelde equivalente daglichtoppervlakte moet de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057, ten minste 25° zijn.
5. In afwijking in zoverre van het eerste lid, mag de equivalente daglichtoppervlakte zich bevinden in een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, indien die constructie niet de scheiding vormt met een andere verblijfsruimte of met een toiletruimte, badruimte of bergruimte.
2. Bij de bepaling van de in het eerste lid bedoelde equivalente daglichtoppervlakte blijven bouwwerken en daarmee gelijk te stellen belemmeringen die zich niet bevinden op het perceel waarop het gebouw is gelegen, en daglichtopeningen in een uitwendige scheidingsconstructie, voor zover die openingen, gemeten loodrecht op die openingen, zijn gelegen op een afstand van minder dan 2 m van de perceelsgrens, buiten beschouwing.
3. In afwijking in zoverre van het tweede lid, mag, indien het perceel waarop het gebouw is gelegen, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand zijn aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen.
4. Bij de bepaling van de in het eerste lid bedoelde equivalente daglichtoppervlakte moet de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057, ten minste 25° zijn.
5. In afwijking in zoverre van het eerste lid, mag de equivalente daglichtoppervlakte zich bevinden in een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, indien die constructie niet de scheiding vormt met een andere verblijfsruimte of met een toiletruimte, badruimte of bergruimte.