BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 61a
Bouwbesluit
1. Indien de afstand, gemeten langs de kortste route, tussen een toegang van een woning, gelegen in een woongebouw, en de toegang tot de bergruimte, behorende tot die woning, of het hoogteverschil tussen de toegang van een woning en de toegang van die bergruimte zodanig is dat die afstand of dat hoogteverschil een beletsel vormt voor het doeltreffend gescheiden kunnen opslaan van huishoudelijk afval, heeft het woongebouw ten minste één gemeenschappelijke ruimte voor het plaatsen van containers voor huishoudelijk afval.
2. De opslagruimte is rechtstreeks vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte bereikbaar; de opslagruimte is afsluitbaar met een deur die van buitenaf slechts met behulp van een sleutel kan worden geopend.
3. De opslagruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,0075 m 2per m 2gebruiksoppervlakte van de in het woongebouw gelegen, op die opslagruimte aangewezen woningen, met een minimum van 1,6 m 2; de breedte van die vloeroppervlakte is ten minste 0,8 m; de hoogte boven die vloeroppervlakte is ten minste 2,1 m.
4. De afstand, gemeten langs de kortste route, tussen de toegang van de opslagruimte en de toegang van een woning, aangewezen op die opslagruimte is zodanig dat die afstand geen beletsel vormt voor een doeltreffend gebruik van de containers, geplaatst in die ruimte. Onder de afstand is tevens begrepen het te overbruggen hoogteverschil.
5. Een hoogteverschil tussen de vloer van de opslagruimte en de vloer ter plaatse van een toegang van het woongebouw, langs welke toegang het aansluitende terrein kan worden bereikt, is zodanig overbrugd dat de containers voor huishoudelijk afval op normale wijze buiten het woongebouw kunnen worden geplaatst.
2. De opslagruimte is rechtstreeks vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte bereikbaar; de opslagruimte is afsluitbaar met een deur die van buitenaf slechts met behulp van een sleutel kan worden geopend.
3. De opslagruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,0075 m 2per m 2gebruiksoppervlakte van de in het woongebouw gelegen, op die opslagruimte aangewezen woningen, met een minimum van 1,6 m 2; de breedte van die vloeroppervlakte is ten minste 0,8 m; de hoogte boven die vloeroppervlakte is ten minste 2,1 m.
4. De afstand, gemeten langs de kortste route, tussen de toegang van de opslagruimte en de toegang van een woning, aangewezen op die opslagruimte is zodanig dat die afstand geen beletsel vormt voor een doeltreffend gebruik van de containers, geplaatst in die ruimte. Onder de afstand is tevens begrepen het te overbruggen hoogteverschil.
5. Een hoogteverschil tussen de vloer van de opslagruimte en de vloer ter plaatse van een toegang van het woongebouw, langs welke toegang het aansluitende terrein kan worden bereikt, is zodanig overbrugd dat de containers voor huishoudelijk afval op normale wijze buiten het woongebouw kunnen worden geplaatst.