BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 50
Bouwbesluit
1. Tot een woning moet, opdat de centrale schakel-, verdeel- en meetapparatuur voor elektriciteit, gas, water, telecommunicatiesignalen en, voor zover van toepassing, stadsverwarming kan worden geplaatst, een afsluitbare meterruimte behoren die wat afmetingen, indeling en leidingdoorvoeren betreft, ten minste voldoet aan NEN 2768.
2. Een uitwendige scheidingsconstructie van een meterruimte moet, ter beperking van het kunnen binnendringen van vocht in die ruimte, bepaald overeenkomstig NEN 2778, ten minste regenwerend zijn.
3. De meterruimte, bedoeld in het eerste lid, mag, ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, niet rechtstreeks toegankelijk zijn vanuit een verblijfsruimte, toiletruimte of badruimte.
4. De meterruimte, bedoeld in het eerste lid, mag, gemeten langs de kortste route, niet zijn gelegen op een grotere afstand dan 3 m vanaf de toegang van de woning, tenzij die ruimte vanaf een toegang van het woongebouw uitsluitend bereikbaar is door een of meer gemeenschappelijke verkeersruimten.
2. Een uitwendige scheidingsconstructie van een meterruimte moet, ter beperking van het kunnen binnendringen van vocht in die ruimte, bepaald overeenkomstig NEN 2778, ten minste regenwerend zijn.
3. De meterruimte, bedoeld in het eerste lid, mag, ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, niet rechtstreeks toegankelijk zijn vanuit een verblijfsruimte, toiletruimte of badruimte.
4. De meterruimte, bedoeld in het eerste lid, mag, gemeten langs de kortste route, niet zijn gelegen op een grotere afstand dan 3 m vanaf de toegang van de woning, tenzij die ruimte vanaf een toegang van het woongebouw uitsluitend bereikbaar is door een of meer gemeenschappelijke verkeersruimten.