BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 52
Bouwbesluit
1. In een woning of woongebouw waarin een lift aanwezig is, moet, opdat liftapparatuur kan worden geplaatst, een besloten ruimte (liftmachineruimte) aanwezig zijn.
2. Een uitwendige scheidingsconstructie van een liftmachineruimte moet, ter beperking van het kunnen binnendringen van vocht in die ruimte, bepaald overeenkomstig NEN 2778, ten minste regenwerend zijn.
3. Een liftmachineruimte moet een op de omvang van de in die ruimte te plaatsen apparatuur afgestemde vloeroppervlakte hebben.
4. Een liftmachineruimte in een woongebouw mag, met het oog op het onbelemmerd kunnen bereiken van die ruimte, vanaf een toegang van het woongebouw uitsluitend bereikbaar zijn door een of meer gemeenschappelijke verkeersruimten.
2. Een uitwendige scheidingsconstructie van een liftmachineruimte moet, ter beperking van het kunnen binnendringen van vocht in die ruimte, bepaald overeenkomstig NEN 2778, ten minste regenwerend zijn.
3. Een liftmachineruimte moet een op de omvang van de in die ruimte te plaatsen apparatuur afgestemde vloeroppervlakte hebben.
4. Een liftmachineruimte in een woongebouw mag, met het oog op het onbelemmerd kunnen bereiken van die ruimte, vanaf een toegang van het woongebouw uitsluitend bereikbaar zijn door een of meer gemeenschappelijke verkeersruimten.