BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 313
Bouwbesluit
1. In een gebouw moet, voor zover daarin een opstelplaats voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting als bedoeld in NEN 2757 van niet meer dan 15 kW aanwezig is, ter voorkoming van een onaanvaardbare ophoping van vergiftige of hinderlijke gassen, ten behoeve van dat verbrandingstoestel een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook aanwezig zijn.
2. De voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook moet, bepaald overeenkomstig bij ministeriële regeling gegeven voorschriften, een in die voorschriften aangegeven capaciteit hebben.
3. De inrichting van de voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook moet, wat de richting van de stroming van de afvoer van rook betreft, ten minste voldoen aan bij ministeriële regeling gegeven voorschriften.
2. De voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook moet, bepaald overeenkomstig bij ministeriële regeling gegeven voorschriften, een in die voorschriften aangegeven capaciteit hebben.
3. De inrichting van de voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook moet, wat de richting van de stroming van de afvoer van rook betreft, ten minste voldoen aan bij ministeriële regeling gegeven voorschriften.