BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 184
Bouwbesluit
1. Materiaal, toegepast ter plaatse van of in de nabijheid van een in NEN 6061 bedoelde stookplaats moet, ter beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie, onbrandbaar zijn als bedoeld in NEN 6064, voor zover:
a. ter plaatse van of in de nabijheid van die stookplaats een overeenkomstig NEN 6061 bepaalde intensiteit van de warmtestraling kan optreden van meer dan 2 kW/m2, of
b. in dat materiaal een overeenkomstig NEN 6061 bepaalde temperatuur kan optreden van meer dan 363 K.
2. Materiaal, toegepast aan de binnenzijde van een schacht, koker of kanaal moet, indien die schacht, die koker of dat kanaal grenst aan meer dan één brandcompartiment als bedoeld in artikel 186, eerste lid, en een inwendige doorsnede heeft die groter is dan 0,015 m 2, over een dikte van 0,01 m, gemeten loodrecht op de binnenzijde, onbrandbaar zijn als bedoeld in NEN 6064.
3. Het tweede lid is niet van toepassing, indien de schacht, de koker of het kanaal is gelegen in en uitsluitend is bestemd voor één of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten.
4. Onverminderd het tweede lid, moet een schacht, koker of kanaal, bestemd voor de afvoer van rook, brandveilig zijn overeenkomstig NEN 6062.
5. Onverminderd het tweede en vierde lid, moet materiaal waaruit de voorziening voor de afvoer van rook is samengesteld, alsmede materiaal dat in de nabijheid van die voorziening is toegepast, voor zover in dat materiaal een overeenkomstig NEN 6062 bepaalde temperatuur kan optreden van meer dan 363 K, onbrandbaar zijn als bedoeld in NEN 6064.
6. De horizontale afstand tussen de uitmonding van een voorziening voor de afvoer van rook van een op vaste brandstof gestookt toestel en een in NEN 6063 bedoeld brandgevaarlijk dak van een ander bouwwerk mag niet minder zijn dan 15 m.
7. Een dak mag, bepaald overeenkomstig NEN 6063, niet brandgevaarlijk zijn.
8. Het zevende lid is niet van toepassing op het dak, voor zover dat dak is gelegen op een afstand van ten minste 15 m van de perceelsgrens, mits in het gebouw geen vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 5 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw.
9. In afwijking van het achtste lid, mag, indien het perceel waarop het gebouw is gelegen, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand zijn aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen.
a. ter plaatse van of in de nabijheid van die stookplaats een overeenkomstig NEN 6061 bepaalde intensiteit van de warmtestraling kan optreden van meer dan 2 kW/m2, of
b. in dat materiaal een overeenkomstig NEN 6061 bepaalde temperatuur kan optreden van meer dan 363 K.
2. Materiaal, toegepast aan de binnenzijde van een schacht, koker of kanaal moet, indien die schacht, die koker of dat kanaal grenst aan meer dan één brandcompartiment als bedoeld in artikel 186, eerste lid, en een inwendige doorsnede heeft die groter is dan 0,015 m 2, over een dikte van 0,01 m, gemeten loodrecht op de binnenzijde, onbrandbaar zijn als bedoeld in NEN 6064.
3. Het tweede lid is niet van toepassing, indien de schacht, de koker of het kanaal is gelegen in en uitsluitend is bestemd voor één of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten.
4. Onverminderd het tweede lid, moet een schacht, koker of kanaal, bestemd voor de afvoer van rook, brandveilig zijn overeenkomstig NEN 6062.
5. Onverminderd het tweede en vierde lid, moet materiaal waaruit de voorziening voor de afvoer van rook is samengesteld, alsmede materiaal dat in de nabijheid van die voorziening is toegepast, voor zover in dat materiaal een overeenkomstig NEN 6062 bepaalde temperatuur kan optreden van meer dan 363 K, onbrandbaar zijn als bedoeld in NEN 6064.
6. De horizontale afstand tussen de uitmonding van een voorziening voor de afvoer van rook van een op vaste brandstof gestookt toestel en een in NEN 6063 bedoeld brandgevaarlijk dak van een ander bouwwerk mag niet minder zijn dan 15 m.
7. Een dak mag, bepaald overeenkomstig NEN 6063, niet brandgevaarlijk zijn.
8. Het zevende lid is niet van toepassing op het dak, voor zover dat dak is gelegen op een afstand van ten minste 15 m van de perceelsgrens, mits in het gebouw geen vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 5 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw.
9. In afwijking van het achtste lid, mag, indien het perceel waarop het gebouw is gelegen, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, de afstand zijn aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen.