BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 16
Bouwbesluit
1. Een woning met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m 2en een woongebouw moeten, opdat bij brand vanuit die woning of dat gebouw op veilige wijze het aansluitende terrein kan worden bereikt, zijn voorzien van vluchtmogelijkheden die wat aantal, situering en inrichting betreft, ten minste voldoen aan het daaromtrent gestelde in NEN 6082.
2. De in NEN 6066 bedoelde rookproduktie van een constructie-onderdeel mag aan de naar een besloten ruimte van de woning of het woongebouw toegekeerde zijde, bepaald overeenkomstig NEN 6082, geen grotere rookdichtheid als bedoeld in NEN 6066 hebben dan 10 m-1.
3. In afwijking in zoverre van het tweede lid moet, indien door de besloten ruimte een vluchtweg voert, de rookdichtheid een waarde hebben van ten minste:
a. 5,4 m-1, indien het constructie-onderdeel behoort tot klasse 1 van de in NEN 6065 bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting, bepaald overeenkomstig NEN 6082, en
b. 2,2 m-1, indien het constructie-onderdeel behoort tot klasse 2 van de in NEN 6065 bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting, bepaald overeenkomstig NEN 6082.
4. Het derde lid is niet van toepassing op een vloer en de bovenzijde van een trap waarover de vluchtweg voert.
5. De in NEN 6075 bedoelde weerstand tegen rookdoorgang tussen:
a. ruimten waardoor een vluchtweg voert;
b. een in NEN 6082 bedoeld brandcompartiment en een in die norm bedoeld vluchttrappehuis;
c. een in NEN 6082 bedoeld brandcompartiment en een liftschacht waarin een brandweerlift is gelegen;
d. een schacht, koker of kanaal en een ruimte waardoor een vluchtweg voert, en
e. een schacht, koker of kanaal en een liftschacht waarin een brandweerlift is gelegen,
moet, bepaald overeenkomstig NEN 6075, een waarde hebben van ten minste 30 minuten.
6. Het vijfde lid is niet van toepassing ten aanzien van een schacht, koker of kanaal, welke is bestemd voor de toevoer van verse lucht en de afvoer van binnenlucht en is gelegen in en uitsluitend is bestemd voor een of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten.
7. In de inwendige scheidingsconstructie tussen de in het vijfde lid, onderdelen atot en met cbedoelde ruimten mag zich geen beweegbaar constructie-onderdeel bevinden, anders dan een deur die, tenzij het in onderdeel bbedoelde brandcompartiment een woning is, zelfsluitend moet zijn.
2. De in NEN 6066 bedoelde rookproduktie van een constructie-onderdeel mag aan de naar een besloten ruimte van de woning of het woongebouw toegekeerde zijde, bepaald overeenkomstig NEN 6082, geen grotere rookdichtheid als bedoeld in NEN 6066 hebben dan 10 m-1.
3. In afwijking in zoverre van het tweede lid moet, indien door de besloten ruimte een vluchtweg voert, de rookdichtheid een waarde hebben van ten minste:
a. 5,4 m-1, indien het constructie-onderdeel behoort tot klasse 1 van de in NEN 6065 bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting, bepaald overeenkomstig NEN 6082, en
b. 2,2 m-1, indien het constructie-onderdeel behoort tot klasse 2 van de in NEN 6065 bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting, bepaald overeenkomstig NEN 6082.
4. Het derde lid is niet van toepassing op een vloer en de bovenzijde van een trap waarover de vluchtweg voert.
5. De in NEN 6075 bedoelde weerstand tegen rookdoorgang tussen:
a. ruimten waardoor een vluchtweg voert;
b. een in NEN 6082 bedoeld brandcompartiment en een in die norm bedoeld vluchttrappehuis;
c. een in NEN 6082 bedoeld brandcompartiment en een liftschacht waarin een brandweerlift is gelegen;
d. een schacht, koker of kanaal en een ruimte waardoor een vluchtweg voert, en
e. een schacht, koker of kanaal en een liftschacht waarin een brandweerlift is gelegen,
moet, bepaald overeenkomstig NEN 6075, een waarde hebben van ten minste 30 minuten.
6. Het vijfde lid is niet van toepassing ten aanzien van een schacht, koker of kanaal, welke is bestemd voor de toevoer van verse lucht en de afvoer van binnenlucht en is gelegen in en uitsluitend is bestemd voor een of meer boven elkaar gelegen toiletruimten of badruimten.
7. In de inwendige scheidingsconstructie tussen de in het vijfde lid, onderdelen atot en met cbedoelde ruimten mag zich geen beweegbaar constructie-onderdeel bevinden, anders dan een deur die, tenzij het in onderdeel bbedoelde brandcompartiment een woning is, zelfsluitend moet zijn.