BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 6
Bouwbesluit
1. Een hellingbaan als bedoeld in artikel 4, moet een breedte hebben van ten minste 1,1 m, mag geen grotere hoogte hebben dan 1 m en mag voorts geen grotere helling hebben dan:
a. 1:12, indien het hoogteverschil niet groter is dan 0,25 m;
b. 1:16, indien het hoogteverschil groter is dan 0,25 m doch niet groter dan 0,5 m, en
c. 1:20, indien het hoogteverschil groter is dan 0,5 m.
2. Een hellingbaan als bedoeld in het eerste lid, moet aan de bovenkant over de ten minste vereiste breedte aansluiten op een vrije vloeroppervlakte van ten minste 1,4 m * 1,4 m.
3. Een hellingbaan als bedoeld in het eerste lid, moet:
a. tot een hoogte van minder dan 0,6 m aan beide zijkanten zijn voorzien van een afscheiding met een hoogte van ten minste 0,04 m boven de hellingbaan, en
b. vanaf een hoogte van 0,6 m aan beide zijkanten zijn voorzien van een afscheiding met een hoogte van ten minste 0,85 m boven de hellingbaan.
4. Op een afscheiding als bedoeld in het derde lid, is artikel 3, vijfde tot en met zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
a. 1:12, indien het hoogteverschil niet groter is dan 0,25 m;
b. 1:16, indien het hoogteverschil groter is dan 0,25 m doch niet groter dan 0,5 m, en
c. 1:20, indien het hoogteverschil groter is dan 0,5 m.
2. Een hellingbaan als bedoeld in het eerste lid, moet aan de bovenkant over de ten minste vereiste breedte aansluiten op een vrije vloeroppervlakte van ten minste 1,4 m * 1,4 m.
3. Een hellingbaan als bedoeld in het eerste lid, moet:
a. tot een hoogte van minder dan 0,6 m aan beide zijkanten zijn voorzien van een afscheiding met een hoogte van ten minste 0,04 m boven de hellingbaan, en
b. vanaf een hoogte van 0,6 m aan beide zijkanten zijn voorzien van een afscheiding met een hoogte van ten minste 0,85 m boven de hellingbaan.
4. Op een afscheiding als bedoeld in het derde lid, is artikel 3, vijfde tot en met zevende lid, van overeenkomstige toepassing.