BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 13
Bouwbesluit
1. Een constructie-onderdeel, met uitzondering van een dak, vloer of de bovenzijde van een trap, moet, ter beperking van de ontwikkeling van brand, ten minste behoren tot klasse 4 van de in NEN 6065 bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting, bepaald overeenkomstig NEN 6082.
2. Een vloer en de bovenzijde van een trap moeten ten minste behoren tot klasse T3 van de in NEN 1775 bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting, bepaald overeenkomstig NEN 6082.
3. In afwijking in zoverre van het eerste lid, moet een constructie-onderdeel van een ruimte waardoor een vluchtweg voert, met uitzondering van een vloer en de bovenzijde van een trap, aan de naar de vluchtweg toegekeerde zijde ten minste behoren tot klasse 2 van de bijdrage tot brandvoortplanting.
4. In afwijking in zoverre van het tweede lid, moeten een vloer en de bovenzijde van een trap waarover een vluchtweg voert, behoren tot klasse T1 van de bijdrage tot brandvoortplanting.
5. In afwijking in zoverre van het eerste lid, moet een uitwendige scheidingsconstructie van een woongebouw waarin een vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 5 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw, aan de naar de buitenlucht toegekeerde zijde tot een hoogte van ten minste 2,5 m boven het aansluitende terrein behoren tot klasse 1 van de in NEN 6065 bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting.
6. Het vijfde lid is niet van toepassing op een borstwering waarvan de bovenkant niet hoger is gelegen dan 1,5 m boven het aansluitende terrein, en op een deur, raam, kozijn en een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel.
2. Een vloer en de bovenzijde van een trap moeten ten minste behoren tot klasse T3 van de in NEN 1775 bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting, bepaald overeenkomstig NEN 6082.
3. In afwijking in zoverre van het eerste lid, moet een constructie-onderdeel van een ruimte waardoor een vluchtweg voert, met uitzondering van een vloer en de bovenzijde van een trap, aan de naar de vluchtweg toegekeerde zijde ten minste behoren tot klasse 2 van de bijdrage tot brandvoortplanting.
4. In afwijking in zoverre van het tweede lid, moeten een vloer en de bovenzijde van een trap waarover een vluchtweg voert, behoren tot klasse T1 van de bijdrage tot brandvoortplanting.
5. In afwijking in zoverre van het eerste lid, moet een uitwendige scheidingsconstructie van een woongebouw waarin een vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 5 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw, aan de naar de buitenlucht toegekeerde zijde tot een hoogte van ten minste 2,5 m boven het aansluitende terrein behoren tot klasse 1 van de in NEN 6065 bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting.
6. Het vijfde lid is niet van toepassing op een borstwering waarvan de bovenkant niet hoger is gelegen dan 1,5 m boven het aansluitende terrein, en op een deur, raam, kozijn en een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel.