BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 28
Bouwbesluit
1. Een woning of woongebouw moet, ter voorkoming van een voor de gezondheid onaanvaardbare situatie in en bij de woning of het woongebouw, een voorziening hebben voor de afvoer van afvalwater en faecaliën, die kan worden aangesloten op het openbaar riool.
2. De voorziening voor afvalwater en faecaliën heeft ten minste één aansluitpunt:
a. bij een opstelplaats voor het aanrecht;
b. in een toiletruimte;
c. in een badruimte, en
d. bij een opstelplaats voor wasapparatuur.
3. De voorziening voor afvalwater en faecaliën moet een capaciteit hebben die, bepaald overeenkomstig NEN 3215, ten minste gelijk is aan de in die norm aangegeven belasting van die voorziening en moet, bepaald overeenkomstig die norm, lucht- en waterdicht zijn.
2. De voorziening voor afvalwater en faecaliën heeft ten minste één aansluitpunt:
a. bij een opstelplaats voor het aanrecht;
b. in een toiletruimte;
c. in een badruimte, en
d. bij een opstelplaats voor wasapparatuur.
3. De voorziening voor afvalwater en faecaliën moet een capaciteit hebben die, bepaald overeenkomstig NEN 3215, ten minste gelijk is aan de in die norm aangegeven belasting van die voorziening en moet, bepaald overeenkomstig die norm, lucht- en waterdicht zijn.