BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 10
Bouwbesluit
1. De voorziening voor gas, bedoeld in artikel 9, eerste lid, moet, opdat gas kan worden betrokken, in de meterruimte ten minste één aansluitmogelijkheid hebben voor aansluiting op het distributienet van gas.
2. De voorziening voor gas, bedoeld in artikel 9, eerste lid, moet, opdat op die voorziening op gas gestookte verbrandingstoestellen kunnen worden aangesloten, voorts onderscheidenlijk ten minste één aansluitpunt hebben ter plaatse van:
a. de opstelplaats voor een kooktoestel, bedoeld in artikel 53;
b. de opstelplaats voor een stooktoestel, bedoeld in artikel 55, en
c. de opstelplaats voor een warmwatertoestel, bedoeld in artikel 56.
3. Het tweede lid, aanhef en onderdeel c, is niet van toepassing, indien in de woning het stooktoestel en het warmwatertoestel zijn samengevoegd dan wel in het woongebouw een gemeenschappelijk warmwatertoestel aanwezig is.
4. De voorziening voor gas, bedoeld in artikel 9, derde lid, moet, opdat gas kan worden betrokken, in de gemeenschappelijke meterruimte een aansluitmogelijkheid hebben voor aansluiting op het distributienet van gas.
5. De voorziening voor gas, bedoeld in artikel 9, derde lid, moet, opdat op die voorziening een stooktoestel kan worden aangesloten, ten minste één aansluitpunt hebben ter plaatse van de opstelplaats, bedoeld in artikel 64.
2. De voorziening voor gas, bedoeld in artikel 9, eerste lid, moet, opdat op die voorziening op gas gestookte verbrandingstoestellen kunnen worden aangesloten, voorts onderscheidenlijk ten minste één aansluitpunt hebben ter plaatse van:
a. de opstelplaats voor een kooktoestel, bedoeld in artikel 53;
b. de opstelplaats voor een stooktoestel, bedoeld in artikel 55, en
c. de opstelplaats voor een warmwatertoestel, bedoeld in artikel 56.
3. Het tweede lid, aanhef en onderdeel c, is niet van toepassing, indien in de woning het stooktoestel en het warmwatertoestel zijn samengevoegd dan wel in het woongebouw een gemeenschappelijk warmwatertoestel aanwezig is.
4. De voorziening voor gas, bedoeld in artikel 9, derde lid, moet, opdat gas kan worden betrokken, in de gemeenschappelijke meterruimte een aansluitmogelijkheid hebben voor aansluiting op het distributienet van gas.
5. De voorziening voor gas, bedoeld in artikel 9, derde lid, moet, opdat op die voorziening een stooktoestel kan worden aangesloten, ten minste één aansluitpunt hebben ter plaatse van de opstelplaats, bedoeld in artikel 64.