BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 295
Bouwbesluit
1. In een besloten ruimte waardoor een vluchtmogelijkheid voert, en in een besloten verkeersruimte die mede is bestemd voor bezoekers, moet, opdat op veilige wijze gebruik kan worden gemaakt van die ruimte, ten minste één verlichtingsinstallatie aanwezig zijn die is aangesloten op de voorziening voor elektriciteit en over de ten minste vereiste breedte van die ruimte, gemeten op de vloer daarvan, een verlichtingssterkte van ten minste 1 lux kan geven.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een trap of hellingbaan, die is gelegen in een ruimte als bedoeld in dat lid en op de kooi van een lift.
3. De verlichtingsinstallatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, moet, afhankelijk van bestemming en grootte van het gebouw, zijn aangesloten op een voorziening voor noodstroom die binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een trap of hellingbaan, die is gelegen in een ruimte als bedoeld in dat lid en op de kooi van een lift.
3. De verlichtingsinstallatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, moet, afhankelijk van bestemming en grootte van het gebouw, zijn aangesloten op een voorziening voor noodstroom die binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux.