BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 241
Bouwbesluit
1. In afwijking in zoverre van artikel 194, eerste lid, mag de karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die scheidingsconstructie en 40 dB(A), met dien verstande dat bij de berekening of meting van de geluidsbelasting mag zijn uitgegaan van het geluidsniveau over de periode van 07.00 uur tot en met 19.00 uur.
2. In afwijking van het eerste lid moet, indien ingevolge de Wet geluidhinderin een verblijfsgebied een hogere geluidsbelasting dan 40 dB(A) is toegestaan, de karakteristieke geluidwering van een in dat lid bedoelde uitwendige scheidingsconstructie, bepaald overeenkomstig NEN 5077, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die scheidingsconstructie en de toegestane geluidsbelasting in dat gebied.
3. De in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht, moet, bepaald overeenkomstig NEN 5077, afhankelijk van de in de eerste kolom van tabel VII gegeven geluidsbelasting van die constructie, bepaald overeenkomstig de Luchtvaartwet, ten minste gelijk zijn aan de bij die geluidsbelasting in de tweede kolom van die tabel gegeven waarde. Tabel VII Geluidwering in geval van luchtvaartlawaai
[tabel]
4. Indien krachtens de Luchtvaartwetof artikel 108 van de Wet geluidhindereen andere dan de in het derde lid gegeven eis ten aanzien van de karakteristieke geluidwering van een in dat lid bedoelde uitwendige scheidingsconstructie is gesteld, blijft het derde lid buiten toepassing.
5. Indien op grond van het eerste tot en met het vierde lid met betrekking tot een of meer soorten geluid tegelijkertijd verschillende eisen aan de geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie zijn gesteld, geldt de zwaarste van de ingevolge die leden gestelde eisen.
6. Op een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, voor zover die constructie niet de scheiding vormt met een ander verblijfsgebied, zijn het eerste tot en met vijfde lid van toepassing.
7. De in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, voor zover die constructie de scheiding vormt met de buitenlucht, moet, bepaald overeenkomstig die norm, ten minste gelijk zijn aan de waarde van de karakteristieke geluidwering, bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid, verminderd met 2 dB(A).
8. Op een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, voor zover die constructie niet de scheiding vormt met een andere verblijfsruimte, is het zevende lid van overeenkomstige toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid moet, indien ingevolge de Wet geluidhinderin een verblijfsgebied een hogere geluidsbelasting dan 40 dB(A) is toegestaan, de karakteristieke geluidwering van een in dat lid bedoelde uitwendige scheidingsconstructie, bepaald overeenkomstig NEN 5077, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die scheidingsconstructie en de toegestane geluidsbelasting in dat gebied.
3. De in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht, moet, bepaald overeenkomstig NEN 5077, afhankelijk van de in de eerste kolom van tabel VII gegeven geluidsbelasting van die constructie, bepaald overeenkomstig de Luchtvaartwet, ten minste gelijk zijn aan de bij die geluidsbelasting in de tweede kolom van die tabel gegeven waarde. Tabel VII Geluidwering in geval van luchtvaartlawaai
[tabel]
4. Indien krachtens de Luchtvaartwetof artikel 108 van de Wet geluidhindereen andere dan de in het derde lid gegeven eis ten aanzien van de karakteristieke geluidwering van een in dat lid bedoelde uitwendige scheidingsconstructie is gesteld, blijft het derde lid buiten toepassing.
5. Indien op grond van het eerste tot en met het vierde lid met betrekking tot een of meer soorten geluid tegelijkertijd verschillende eisen aan de geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie zijn gesteld, geldt de zwaarste van de ingevolge die leden gestelde eisen.
6. Op een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, voor zover die constructie niet de scheiding vormt met een ander verblijfsgebied, zijn het eerste tot en met vijfde lid van toepassing.
7. De in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, voor zover die constructie de scheiding vormt met de buitenlucht, moet, bepaald overeenkomstig die norm, ten minste gelijk zijn aan de waarde van de karakteristieke geluidwering, bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid, verminderd met 2 dB(A).
8. Op een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte, voor zover die constructie niet de scheiding vormt met een andere verblijfsruimte, is het zevende lid van overeenkomstige toepassing.