BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 219
Bouwbesluit
1. Tot een gebouw waarin een voorziening voor elektriciteit, gas, drinkwater of stadsverwarming aanwezig is, die op het distributienet kan worden aangesloten of waarin een voorziening voor telecommunicatiesignalen aanwezig is, moet, opdat de voor die voorzieningen benodigde centrale schakel-, verdeel- en meetapparatuur kan worden geplaatst, ten minste één meterruimte behoren.
2. Ten aanzien van de afmetingen, indeling en leidingdoorvoeren van de meterruimte, bedoeld in het eerste lid, is NEN 2768 ten minste van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de afmetingen van de meterruimte moeten zijn afgestemd op de in die ruimte te plaatsen apparatuur.
3. Een uitwendige scheidingsconstructie van een meterruimte moet, ter beperking van het kunnen binnendringen van vocht, bepaald overeenkomstig NEN 2778, ten minste regenwerend zijn.
2. Ten aanzien van de afmetingen, indeling en leidingdoorvoeren van de meterruimte, bedoeld in het eerste lid, is NEN 2768 ten minste van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de afmetingen van de meterruimte moeten zijn afgestemd op de in die ruimte te plaatsen apparatuur.
3. Een uitwendige scheidingsconstructie van een meterruimte moet, ter beperking van het kunnen binnendringen van vocht, bepaald overeenkomstig NEN 2778, ten minste regenwerend zijn.