BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 238
Bouwbesluit
1. Een kantoorgebouw waarin een vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 20 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw, moet, opdat een beginnende brand kan worden bestreden, zijn voorzien van een overeenkomstig het tweede lid te bepalen aantal droge blusleidingen waarvan de inrichting ten minste voldoet aan NEN 1594.
2. De afstand tussen een brandslangaansluiting van een blusleiding als bedoeld in het eerste lid, en een toegang van een op die aansluiting aangewezen rookcompartiment mag, gemeten langs de kortste route, niet groter zijn dan 35 m.
3. In een kantoorgebouw waarin een vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 50 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw, moet een blusleiding als bedoeld in het eerste lid, zijn voorzien van een elektrisch aangedreven pomp.
4. De pomp, bedoeld in het derde lid, moet zijn aangesloten op een voorziening voor noodstroom, opdat die pomp binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit, gedurende ten minste 24 uren kan functioneren en gedurende ten minste 6 uren in bedrijf kan blijven.
5. Een kantoorgebouw met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m 2moet zijn voorzien van een overeenkomstig het zevende lid te bepalen aantal brandslanghaspels die kunnen worden aangesloten op de voorziening voor drinkwater.
6. Een brandslanghaspel als bedoeld in het vijfde lid, mag niet zijn gelegen in een verkeersruimte waarin een trap is gelegen waarover een vluchtmogelijkheid voert, en moet zijn voorzien van een slang met een lengte van ten hoogste 20 m waarvan de statische druk bij het mondstuk bij gelijktijdig gebruik van twee op dezelfde waterleiding aangesloten brandslanghaspels ten minste 100 kPa is en de capaciteit ten minste 1,3 m 3/h is.
7. Bij de bepaling van het aantal brandslanghaspels als bedoeld in het vijfde lid, moet, opdat elk punt van een vloer van het kantoorgebouw met bluswater kan worden bereikt, zijn uitgegaan van:
a. 2/3 van de beschikbare slanglengte, voor zover die slang voert door een verblijfsgebied, of
b. de totale beschikbare slanglengte, voor zover die slang niet voert door een verblijfsgebied,
vermeerderd met 5 m.
2. De afstand tussen een brandslangaansluiting van een blusleiding als bedoeld in het eerste lid, en een toegang van een op die aansluiting aangewezen rookcompartiment mag, gemeten langs de kortste route, niet groter zijn dan 35 m.
3. In een kantoorgebouw waarin een vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 50 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw, moet een blusleiding als bedoeld in het eerste lid, zijn voorzien van een elektrisch aangedreven pomp.
4. De pomp, bedoeld in het derde lid, moet zijn aangesloten op een voorziening voor noodstroom, opdat die pomp binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit, gedurende ten minste 24 uren kan functioneren en gedurende ten minste 6 uren in bedrijf kan blijven.
5. Een kantoorgebouw met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m 2moet zijn voorzien van een overeenkomstig het zevende lid te bepalen aantal brandslanghaspels die kunnen worden aangesloten op de voorziening voor drinkwater.
6. Een brandslanghaspel als bedoeld in het vijfde lid, mag niet zijn gelegen in een verkeersruimte waarin een trap is gelegen waarover een vluchtmogelijkheid voert, en moet zijn voorzien van een slang met een lengte van ten hoogste 20 m waarvan de statische druk bij het mondstuk bij gelijktijdig gebruik van twee op dezelfde waterleiding aangesloten brandslanghaspels ten minste 100 kPa is en de capaciteit ten minste 1,3 m 3/h is.
7. Bij de bepaling van het aantal brandslanghaspels als bedoeld in het vijfde lid, moet, opdat elk punt van een vloer van het kantoorgebouw met bluswater kan worden bereikt, zijn uitgegaan van:
a. 2/3 van de beschikbare slanglengte, voor zover die slang voert door een verblijfsgebied, of
b. de totale beschikbare slanglengte, voor zover die slang niet voert door een verblijfsgebied,
vermeerderd met 5 m.