BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 137
Bouwbesluit
1. In een woonwagen moet, opdat daarin voor het wonen kenmerkende activiteiten kunnen plaatsvinden, ten minste 60% van de gebruiksoppervlakte, met een minimum van 24 m 2, in een of meer verblijfsruimten zijn gelegen.
2. Een verblijfsruimte moet een vloeroppervlakte hebben van ten minste 4 m 2, waarvan de breedte ten minste 1,6 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,2 m is.
3. In afwijking in zoverre van het tweede lid, moet ten minste één in de woonwagen gelegen verblijfsruimte een vloeroppervlakte hebben van ten minste 12 m 2, waarvan de breedte ten minste 3 m is.
4. Indien de in het derde lid bedoelde vloeroppervlakte nabij de toegang van de woonwagen is gelegen, mag de afstand tussen de toegang en die vloeroppervlakte niet minder zijn dan 0,9 m.
5. Een verblijfsruimte moet vanaf de toegang van de woonwagen bereikbaar zijn zonder dat een toiletruimte, badruimte of bergruimte behoeft te worden betreden.
2. Een verblijfsruimte moet een vloeroppervlakte hebben van ten minste 4 m 2, waarvan de breedte ten minste 1,6 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,2 m is.
3. In afwijking in zoverre van het tweede lid, moet ten minste één in de woonwagen gelegen verblijfsruimte een vloeroppervlakte hebben van ten minste 12 m 2, waarvan de breedte ten minste 3 m is.
4. Indien de in het derde lid bedoelde vloeroppervlakte nabij de toegang van de woonwagen is gelegen, mag de afstand tussen de toegang en die vloeroppervlakte niet minder zijn dan 0,9 m.
5. Een verblijfsruimte moet vanaf de toegang van de woonwagen bereikbaar zijn zonder dat een toiletruimte, badruimte of bergruimte behoeft te worden betreden.