BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 45
Bouwbesluit
1. Een woning mag, opdat wordt voorkomen dat zij door indeling in afzonderlijke ruimten minder bruikbaar is:
a. ten hoogste één afzonderlijke verblijfsruimte hebben, indien in de woning het verblijfsgebied een vloeroppervlakte heeft van minder dan 30 m2;
b. ten hoogste twee afzonderlijke verblijfsruimten hebben, indien in de woning het verblijfsgebied een vloeroppervlakte heeft van ten minste 30 m2 doch minder dan 37 m2, en
c. meer dan twee afzonderlijke verblijfsruimten hebben, indien in de woning het verblijfsgebied een vloeroppervlakte heeft van 37 m2 of meer, met dien verstande dat bij die 37 m2 dan wel voor elke 7 m2 meer aan vloeroppervlakte, het aantal afzonderlijke verblijfsruimten met één mag zijn vermeerderd.
2. Een verblijfsruimte moet een vloeroppervlakte hebben van ten minste 5 m 2, waarvan de breedte ten minste 1,8 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,4 m is.
3. In afwijking in zoverre van het tweede lid, moet ten minste één in de woning gelegen verblijfsruimte een vloeroppervlakte hebben van:
a. ten minste 3,3 m * 3,3 m, indien de gebruiksoppervlakte van de woning kleiner is dan 50 m2, of
b. ten minste 3,6 m * 3,6 m, indien de gebruiksoppervlakte van de woning 50 m2 of meer is.
a. ten hoogste één afzonderlijke verblijfsruimte hebben, indien in de woning het verblijfsgebied een vloeroppervlakte heeft van minder dan 30 m2;
b. ten hoogste twee afzonderlijke verblijfsruimten hebben, indien in de woning het verblijfsgebied een vloeroppervlakte heeft van ten minste 30 m2 doch minder dan 37 m2, en
c. meer dan twee afzonderlijke verblijfsruimten hebben, indien in de woning het verblijfsgebied een vloeroppervlakte heeft van 37 m2 of meer, met dien verstande dat bij die 37 m2 dan wel voor elke 7 m2 meer aan vloeroppervlakte, het aantal afzonderlijke verblijfsruimten met één mag zijn vermeerderd.
2. Een verblijfsruimte moet een vloeroppervlakte hebben van ten minste 5 m 2, waarvan de breedte ten minste 1,8 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,4 m is.
3. In afwijking in zoverre van het tweede lid, moet ten minste één in de woning gelegen verblijfsruimte een vloeroppervlakte hebben van:
a. ten minste 3,3 m * 3,3 m, indien de gebruiksoppervlakte van de woning kleiner is dan 50 m2, of
b. ten minste 3,6 m * 3,6 m, indien de gebruiksoppervlakte van de woning 50 m2 of meer is.