BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 66
Bouwbesluit
1. In een woning moet, opdat telecommunicatiesignalen kunnen worden ontvangen, een voorziening aanwezig zijn die voldoet aan het tweede tot en met vijfde lid.
2. De voorziening moet een aansluitmogelijkheid hebben voor aansluiting op het openbare telefoonnet, alsmede een aansluitmogelijkheid voor aansluiting op een gemeenschappelijke of centrale antenne-inrichting.
3. De voorziening moet in ten minste één verblijfsgebied ten minste één aansluitpunt hebben voor onderscheidenlijk een telefoontoestel, radiotoestel en televisietoestel.
4. De voorziening moet ten minste bestaan uit twee afzonderlijke, onbedrade buizen die vanaf de buitenzijde van een uitwendige scheidingsconstructie leiden naar de aansluitmogelijkheden, bedoeld in het tweede lid, en vanaf die aansluitmogelijkheden leiden naar de aansluitpunten, bedoeld in het derde lid.
5. De voorziening moet voorts bij de onderscheiden aansluitpunten, bedoeld in het derde lid, ten minste één inbouwdoos hebben.
2. De voorziening moet een aansluitmogelijkheid hebben voor aansluiting op het openbare telefoonnet, alsmede een aansluitmogelijkheid voor aansluiting op een gemeenschappelijke of centrale antenne-inrichting.
3. De voorziening moet in ten minste één verblijfsgebied ten minste één aansluitpunt hebben voor onderscheidenlijk een telefoontoestel, radiotoestel en televisietoestel.
4. De voorziening moet ten minste bestaan uit twee afzonderlijke, onbedrade buizen die vanaf de buitenzijde van een uitwendige scheidingsconstructie leiden naar de aansluitmogelijkheden, bedoeld in het tweede lid, en vanaf die aansluitmogelijkheden leiden naar de aansluitpunten, bedoeld in het derde lid.
5. De voorziening moet voorts bij de onderscheiden aansluitpunten, bedoeld in het derde lid, ten minste één inbouwdoos hebben.