BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 322
Bouwbesluit
1. In een gebouw moet, afhankelijk van zijn bestemming en inrichting, opdat verwarmingsapparatuur kan worden geplaatst, ten minste één opstelplaats voor een stooktoestel aanwezig zijn, die niet mag zijn gelegen in een toiletruimte, badruimte of in een andere besloten ruimte waardoor een vluchtweg voert.
2. De afmetingen van een opstelplaats voor een stooktoestel als bedoeld in het eerste lid, moeten zijn afgestemd op de daarop te plaatsen verwarmingsapparatuur.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien het gebouw voor de verwarming van de in het gebouw gelegen verblijfsruimten is aangesloten op het distributienet voor stadsverwarming.
4. Een opstelplaats voor een stooktoestel, die is bestemd voor één of meer stooktoestellen met een gezamenlijke nominale belasting als bedoeld in NEN 2757, van meer dan 160 kW, moet in een afzonderlijke stookruimte zijn gelegen.
5. De afmetingen van de stookruimte, bedoeld in het vierde lid, moeten zijn afgestemd op de daarin te plaatsen verwarmingsapparatuur.
2. De afmetingen van een opstelplaats voor een stooktoestel als bedoeld in het eerste lid, moeten zijn afgestemd op de daarop te plaatsen verwarmingsapparatuur.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien het gebouw voor de verwarming van de in het gebouw gelegen verblijfsruimten is aangesloten op het distributienet voor stadsverwarming.
4. Een opstelplaats voor een stooktoestel, die is bestemd voor één of meer stooktoestellen met een gezamenlijke nominale belasting als bedoeld in NEN 2757, van meer dan 160 kW, moet in een afzonderlijke stookruimte zijn gelegen.
5. De afmetingen van de stookruimte, bedoeld in het vierde lid, moeten zijn afgestemd op de daarin te plaatsen verwarmingsapparatuur.