BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 11
Bouwbesluit
1. Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich in enige stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg of boven een strook van 0,6 m grenzend aan die weg, moet, ter voorkoming van gevaar voor gebruikers van die weg of strook, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, hoger zijn gelegen dan 4,2 m boven die weg of strook.
2. Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich in enige stand kan bevinden boven een niet voor motorvoertuigen openstaande weg, moet, ter voorkoming van gevaar voor gebruikers van die weg, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, hoger zijn gelegen dan 2,2 m boven die weg.
3. Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich in enige stand kan bevinden boven een vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of boven een trap of hellingbaan die in die ruimte is gelegen, moet, ter voorkoming van gevaar voor gebruikers van die ruimte, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, hoger zijn gelegen dan 2,2 m boven die vloer, respectievelijk die trap of hellingbaan.
4. Het derde lid is niet van toepassing op een deur, indien de gemeenschappelijke verkeersruimte, gemeten ter plaatse van die deur in een onder een hoek van 90° geopende stand, een vrije doorgang heeft van ten minste 0,85 m.
2. Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich in enige stand kan bevinden boven een niet voor motorvoertuigen openstaande weg, moet, ter voorkoming van gevaar voor gebruikers van die weg, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, hoger zijn gelegen dan 2,2 m boven die weg.
3. Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich in enige stand kan bevinden boven een vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of boven een trap of hellingbaan die in die ruimte is gelegen, moet, ter voorkoming van gevaar voor gebruikers van die ruimte, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, hoger zijn gelegen dan 2,2 m boven die vloer, respectievelijk die trap of hellingbaan.
4. Het derde lid is niet van toepassing op een deur, indien de gemeenschappelijke verkeersruimte, gemeten ter plaatse van die deur in een onder een hoek van 90° geopende stand, een vrije doorgang heeft van ten minste 0,85 m.