BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 147
Bouwbesluit
1. De bovenkant van een element van de op een standplaats ten behoeve van een woonwagen aanwezige fundering, bedoeld in artikel 111, eerste lid, mag, ter beperking van verzakking of scheefzakking van de woonwagen, bij momentane belastingscombinaties als bedoeld in NEN 6702, bepaald overeenkomstig NEN 6740, geen grotere zakking hebben dan 0,15 m.
2. Onverminderd het eerste lid, mag de som van de rotatie en de relatieve rotatie aan de bovenkant van het in het eerste lid bedoelde funderingselement niet groter zijn dan 3,5.10-3 rad.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid, moet voor de bepaling van de op de bouwconstructie van de fundering aan te brengen belastingscombinatie zijn uitgegaan van:
a. een laststelsel, bestaande uit twee verticale, evenwijdige lijnlasten die elk een rekenwaarde hebben ter grootte van 5,6 kN/m en een lengte van 15 m, en die op een afstand van ten minste 2,5 m en ten hoogste 3 m van elkaar moeten zijn gelegen;
b. een puntlast met een rekenwaarde van 40 kN, die als vrije belasting als bedoeld in NEN 6702, in rekening moet zijn gebracht, en
c. de rekenwaarde van het eigen gewicht van de fundering.
4. In afwijking in zoverre van het derde lid, moet, indien de standplaats is gelegen in een onbebouwd gebied I als bedoeld in NEN 6702, voor de in dat lid bedoelde lijnlasten zijn uitgegaan van rekenwaarde ter grootte van 6 kN/m.
2. Onverminderd het eerste lid, mag de som van de rotatie en de relatieve rotatie aan de bovenkant van het in het eerste lid bedoelde funderingselement niet groter zijn dan 3,5.10-3 rad.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid, moet voor de bepaling van de op de bouwconstructie van de fundering aan te brengen belastingscombinatie zijn uitgegaan van:
a. een laststelsel, bestaande uit twee verticale, evenwijdige lijnlasten die elk een rekenwaarde hebben ter grootte van 5,6 kN/m en een lengte van 15 m, en die op een afstand van ten minste 2,5 m en ten hoogste 3 m van elkaar moeten zijn gelegen;
b. een puntlast met een rekenwaarde van 40 kN, die als vrije belasting als bedoeld in NEN 6702, in rekening moet zijn gebracht, en
c. de rekenwaarde van het eigen gewicht van de fundering.
4. In afwijking in zoverre van het derde lid, moet, indien de standplaats is gelegen in een onbebouwd gebied I als bedoeld in NEN 6702, voor de in dat lid bedoelde lijnlasten zijn uitgegaan van rekenwaarde ter grootte van 6 kN/m.