BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 71
Bouwbesluit
1. Het totaal aan:
a. uitwendige scheidingsconstructies van een woning;
b. inwendige scheidingsconstructies tussen een woning en een niet in die woning gelegen ruimte, en
c. constructies die de scheiding vormen tussen een woning en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructies aansluitende delen van andere constructies,
mag, ter beperking van warmteverlies door tocht, bepaald overeenkomstig NEN 2686, geen grotere luchtvolumestroom als bedoeld in die norm hebben dan 0,2 m 3/s.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een gemeenschappelijk verblijfsgebied.
3. Bij de bepaling van de luchtvolumestroom, bedoeld in het eerste of tweede lid, mogen ruimten, niet zijnde een verblijfsgebied, toilet- of badruimte, buiten beschouwing blijven.
4. Bij de bepaling van de luchtvolumestroom bedoeld in het eerste of tweede lid, blijft een ruimte waarin een niet-afsluitbare voorziening voor de toevoer van verse lucht en de afvoer van binnenlucht aanwezig is met een capaciteit, bepaald volgens NEN 1087, van ten minste 3.10-3m3/s per m 2gebruiksoppervlakte van die ruimte buiten beschouwing.
a. uitwendige scheidingsconstructies van een woning;
b. inwendige scheidingsconstructies tussen een woning en een niet in die woning gelegen ruimte, en
c. constructies die de scheiding vormen tussen een woning en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructies aansluitende delen van andere constructies,
mag, ter beperking van warmteverlies door tocht, bepaald overeenkomstig NEN 2686, geen grotere luchtvolumestroom als bedoeld in die norm hebben dan 0,2 m 3/s.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een gemeenschappelijk verblijfsgebied.
3. Bij de bepaling van de luchtvolumestroom, bedoeld in het eerste of tweede lid, mogen ruimten, niet zijnde een verblijfsgebied, toilet- of badruimte, buiten beschouwing blijven.
4. Bij de bepaling van de luchtvolumestroom bedoeld in het eerste of tweede lid, blijft een ruimte waarin een niet-afsluitbare voorziening voor de toevoer van verse lucht en de afvoer van binnenlucht aanwezig is met een capaciteit, bepaald volgens NEN 1087, van ten minste 3.10-3m3/s per m 2gebruiksoppervlakte van die ruimte buiten beschouwing.