BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 68
Bouwbesluit
1. Een vloer van een verblijfsgebied mag, ter beperking van doorbuiging, bij de respons die voortvloeit uit de in NEN 6702 bedoelde incidentele en momentane belastingscombinaties, geen grotere doorbuiging in de eindtoestand als bedoeld in die norm hebben dan het produkt van 4.10-3 en de in die norm bedoelde overspanning van die vloer.
2. De doorbuiging, bedoeld in het eerste lid, moet zijn bepaald overeenkomstig het gestelde met betrekking tot de bepaling van de vervorming in:
a. NEN 6710 en NEN 6770, indien de vloer is vervaardigd van in die normen bedoeld metaal;
b. NEN 6720, indien de vloer is vervaardigd van in die norm bedoeld beton, en
c. NEN 6760, indien de vloer is vervaardigd van in die norm bedoeld hout.
3. Indien een ander materiaal of een andere bepalingsmethode is toegepast dan in het tweede lid bedoeld, moet de doorbuiging, bedoeld in het eerste lid, zijn bepaald overeenkomstig NEN 6700.
2. De doorbuiging, bedoeld in het eerste lid, moet zijn bepaald overeenkomstig het gestelde met betrekking tot de bepaling van de vervorming in:
a. NEN 6710 en NEN 6770, indien de vloer is vervaardigd van in die normen bedoeld metaal;
b. NEN 6720, indien de vloer is vervaardigd van in die norm bedoeld beton, en
c. NEN 6760, indien de vloer is vervaardigd van in die norm bedoeld hout.
3. Indien een ander materiaal of een andere bepalingsmethode is toegepast dan in het tweede lid bedoeld, moet de doorbuiging, bedoeld in het eerste lid, zijn bepaald overeenkomstig NEN 6700.