BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 156
Bouwbesluit
1. Materiaal, toegepast ter plaatse van of in de nabijheid van een in NEN 6061 bedoelde stookplaats moet, ter beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie, onbrandbaar zijn als bedoeld in NEN 6064, voor zover:
a. ter plaatse van of in de nabijheid van die stookplaats een overeenkomstig NEN 6061 bepaalde intensiteit van de warmtestraling kan optreden van meer dan 2 kW/m2, of
b. in dat materiaal een overeenkomstig NEN 6061 bepaalde temperatuur kan optreden van meer dan 363 K.
2. Onverminderd het eerste lid, moet een voorziening voor de afvoer van rook overeenkomstig bij ministeriële regeling gegeven voorschriften luchtdicht zijn.
3. Onverminderd het tweede lid, moet materiaal waaruit de voorziening voor de afvoer van rook is samengesteld, alsmede materiaal dat in de nabijheid van die voorziening is toegepast, voor zover in dat materiaal een overeenkomstig NEN 6062 bepaalde temperatuur kan optreden van meer dan 363 K, onbrandbaar zijn als bedoeld in NEN 6064.
a. ter plaatse van of in de nabijheid van die stookplaats een overeenkomstig NEN 6061 bepaalde intensiteit van de warmtestraling kan optreden van meer dan 2 kW/m2, of
b. in dat materiaal een overeenkomstig NEN 6061 bepaalde temperatuur kan optreden van meer dan 363 K.
2. Onverminderd het eerste lid, moet een voorziening voor de afvoer van rook overeenkomstig bij ministeriële regeling gegeven voorschriften luchtdicht zijn.
3. Onverminderd het tweede lid, moet materiaal waaruit de voorziening voor de afvoer van rook is samengesteld, alsmede materiaal dat in de nabijheid van die voorziening is toegepast, voor zover in dat materiaal een overeenkomstig NEN 6062 bepaalde temperatuur kan optreden van meer dan 363 K, onbrandbaar zijn als bedoeld in NEN 6064.