BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 234
Bouwbesluit
1. Een brandcompartiment als bedoeld in artikel 232, eerste lid, moet zijn ingedeeld in één of meer rookcompartimenten.
2. Tussen een rookcompartiment waarin een verblijfsgebied is gelegen dat deel uitmaakt van een kantoorgebouw waarin een vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 13 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het kantoorgebouw, en een toegang tot een besloten verkeersruimte waarin een trap is gelegen waarover een vluchtmogelijkheid voert, moet, opdat bij brand vanuit het kantoorgebouw op veilige wijze het aansluitende terrein kan worden bereikt, een verkeersruimte met een lengte van ten minste 2 m zijn gelegen die, indien die ruimte besloten is, als rookcompartiment is ingericht.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een rookcompartiment waarin een verblijfsgebied is gelegen dat is aangewezen op slechts één verkeersruimte waarin een trap is, gelegen waarover een vluchtmogelijkheid voert.
4. De afstand tussen een toegang van een rookcompartiment en een punt in een in dat compartiment gelegen verblijfsgebied, mag, gemeten langs de kortste route, niet groter zijn dan 20 m, met dien verstande dat, indien het rookcompartiment slechts één toegang heeft, de gebruiksoppervlakte van dat compartiment niet groter mag zijn dan 250 m 2. Bij de bepaling van die route blijft een in een verblijfsgebied gelegen constructie-onderdeel, niet zijnde een bouwconstructie, buiten beschouwing.
5. De afstand tussen een toegang van een rookcompartiment en een punt in een in dat compartiment gelegen verblijfsruimte, mag, gemeten langs de kortste route, niet groter zijn dan 30 m.
6. Indien een rookcompartiment slechts één toegang heeft, mag, gemeten langs de kortste route, de afstand tussen die toegang en een toegang van een in dat compartiment gelegen verblijfsruimte niet groter zijn dan 15 m.
7. Tussen de vloer ter plaatse van een toegang van een rookcompartiment en een vloer van een in dat compartiment gelegen verblijfsgebied mag geen groter hoogteverschil aanwezig zijn dan 4 m.
8. De afstand tussen een toegang van een verblijfsruimte en een punt in die ruimte mag, gemeten langs de kortste route, niet groter zijn dan 20 m, met dien verstande dat, indien dit leidt tot meer dan één toegang, de afstand tussen de onderscheidene toegangen ten minste 5 m moet zijn.
9. De in NEN 6075 bedoelde weerstand tegen rookdoorgang tussen een rookcompartiment en een andere besloten ruimte, niet zijnde een toiletruimte, badruimte of een tot het kantoorgebouw behorende bergruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m 2, moet, bepaald overeenkomstig die norm, ten minste 30 minuten zijn.
10. Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich bevindt in een constructie die de scheiding vormt tussen een rookcompartiment en een andere besloten ruimte, niet zijnde een bergruimte als bedoeld in het negende lid, moet zelfsluitend zijn.
2. Tussen een rookcompartiment waarin een verblijfsgebied is gelegen dat deel uitmaakt van een kantoorgebouw waarin een vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 13 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het kantoorgebouw, en een toegang tot een besloten verkeersruimte waarin een trap is gelegen waarover een vluchtmogelijkheid voert, moet, opdat bij brand vanuit het kantoorgebouw op veilige wijze het aansluitende terrein kan worden bereikt, een verkeersruimte met een lengte van ten minste 2 m zijn gelegen die, indien die ruimte besloten is, als rookcompartiment is ingericht.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een rookcompartiment waarin een verblijfsgebied is gelegen dat is aangewezen op slechts één verkeersruimte waarin een trap is, gelegen waarover een vluchtmogelijkheid voert.
4. De afstand tussen een toegang van een rookcompartiment en een punt in een in dat compartiment gelegen verblijfsgebied, mag, gemeten langs de kortste route, niet groter zijn dan 20 m, met dien verstande dat, indien het rookcompartiment slechts één toegang heeft, de gebruiksoppervlakte van dat compartiment niet groter mag zijn dan 250 m 2. Bij de bepaling van die route blijft een in een verblijfsgebied gelegen constructie-onderdeel, niet zijnde een bouwconstructie, buiten beschouwing.
5. De afstand tussen een toegang van een rookcompartiment en een punt in een in dat compartiment gelegen verblijfsruimte, mag, gemeten langs de kortste route, niet groter zijn dan 30 m.
6. Indien een rookcompartiment slechts één toegang heeft, mag, gemeten langs de kortste route, de afstand tussen die toegang en een toegang van een in dat compartiment gelegen verblijfsruimte niet groter zijn dan 15 m.
7. Tussen de vloer ter plaatse van een toegang van een rookcompartiment en een vloer van een in dat compartiment gelegen verblijfsgebied mag geen groter hoogteverschil aanwezig zijn dan 4 m.
8. De afstand tussen een toegang van een verblijfsruimte en een punt in die ruimte mag, gemeten langs de kortste route, niet groter zijn dan 20 m, met dien verstande dat, indien dit leidt tot meer dan één toegang, de afstand tussen de onderscheidene toegangen ten minste 5 m moet zijn.
9. De in NEN 6075 bedoelde weerstand tegen rookdoorgang tussen een rookcompartiment en een andere besloten ruimte, niet zijnde een toiletruimte, badruimte of een tot het kantoorgebouw behorende bergruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m 2, moet, bepaald overeenkomstig die norm, ten minste 30 minuten zijn.
10. Een beweegbaar constructie-onderdeel dat zich bevindt in een constructie die de scheiding vormt tussen een rookcompartiment en een andere besloten ruimte, niet zijnde een bergruimte als bedoeld in het negende lid, moet zelfsluitend zijn.