BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 146
Bouwbesluit
1. Op een standplaats moet, opdat telecommunicatiesignalen kunnen worden ontvangen, een voorziening aanwezig zijn die ten minste bestaat uit twee afzonderlijke, onbedrade buizen.
2. De voorziening, bedoeld in het eerste lid, moet in de meterruimte een aansluitmogelijkheid hebben voor aansluiting op het openbare telefoonnet, alsmede een aansluitmogelijkheid voor aansluiting op een gemeenschappelijke of centrale antenne-inrichting.
3. In een woonwagen moet, opdat telecommunicatiesignalen kunnen worden ontvangen, een voorziening aanwezig zijn die is aangesloten op de voorziening, bedoeld in het eerste lid.
4. De voorziening, bedoeld in het derde lid, moet in ten minste één verblijfsruimte ten minste één aansluitpunt hebben voor onderscheidenlijk een telefoontoestel, radiotoestel en televisietoestel.
5. De voorziening, bedoeld in het derde lid, moet ten minste bestaan uit twee afzonderlijke, onbedrade buizen die vanaf de buitenzijde van een uitwendige scheidingsconstructie van de woonwagen leiden naar de aansluitpunten, bedoeld in het vierde lid.
6. De voorziening, bedoeld in het derde lid, moet voorts bij de onderscheiden aansluitpunten, bedoeld in het vierde lid, ten minste één inbouwdoos hebben.
2. De voorziening, bedoeld in het eerste lid, moet in de meterruimte een aansluitmogelijkheid hebben voor aansluiting op het openbare telefoonnet, alsmede een aansluitmogelijkheid voor aansluiting op een gemeenschappelijke of centrale antenne-inrichting.
3. In een woonwagen moet, opdat telecommunicatiesignalen kunnen worden ontvangen, een voorziening aanwezig zijn die is aangesloten op de voorziening, bedoeld in het eerste lid.
4. De voorziening, bedoeld in het derde lid, moet in ten minste één verblijfsruimte ten minste één aansluitpunt hebben voor onderscheidenlijk een telefoontoestel, radiotoestel en televisietoestel.
5. De voorziening, bedoeld in het derde lid, moet ten minste bestaan uit twee afzonderlijke, onbedrade buizen die vanaf de buitenzijde van een uitwendige scheidingsconstructie van de woonwagen leiden naar de aansluitpunten, bedoeld in het vierde lid.
6. De voorziening, bedoeld in het derde lid, moet voorts bij de onderscheiden aansluitpunten, bedoeld in het vierde lid, ten minste één inbouwdoos hebben.