BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 227
Bouwbesluit
1. Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte en een badruimte van een verwarmd gebouw heeft, ter beperking van warmteverlies door overdracht of geleiding, bepaald overeenkomstig NEN 1068, een warmteweerstand van ten minste 2,5 m 2.K/W.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een deur, raam, kozijn en daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel, voor zover die deur, dat raam, kozijn of constructie-onderdeel, bepaald overeenkomstig NEN 5128, een warmtedoorgangscoëfficiënt heeft van ten hoogste 4,2 W/m 2.K.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op:
a. een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, toiletruimte of badruimte en de kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het voldoen van die constructie aan het eerste of tweede lid, en
b. een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, toiletruimte of badruimte, voor zover die constructie niet de scheiding vormt met een ander verblijfsgebied of met een andere toiletruimte of badruimte, waarvan de uitwendige scheidingsconstructie, bepaald overeenkomstig NEN 1068, een warmteweerstand heeft van ten minste 2,5 m2.K/W of waarvan, indien het een deur, raam, kozijn en daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel betreft, bepaald overeenkomstig NEN 5128, de warmtedoorgangscoëfficiënt ten hoogste 4,2 W/m2.K is.
4. In het totaal van de uitwendige scheidingsconstructies van een in het eerste lid bedoeld gebouw, waaronder begrepen inwendige scheidingsconstructies als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, mag ten hoogste 2% van de gebruiksoppervlakte van dat gebouw aan constructie-onderdelen aanwezig zijn, dat niet voldoet aan het eerste tot en met het derde lid.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een deur, raam, kozijn en daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel, voor zover die deur, dat raam, kozijn of constructie-onderdeel, bepaald overeenkomstig NEN 5128, een warmtedoorgangscoëfficiënt heeft van ten hoogste 4,2 W/m 2.K.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op:
a. een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, toiletruimte of badruimte en de kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het voldoen van die constructie aan het eerste of tweede lid, en
b. een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, toiletruimte of badruimte, voor zover die constructie niet de scheiding vormt met een ander verblijfsgebied of met een andere toiletruimte of badruimte, waarvan de uitwendige scheidingsconstructie, bepaald overeenkomstig NEN 1068, een warmteweerstand heeft van ten minste 2,5 m2.K/W of waarvan, indien het een deur, raam, kozijn en daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel betreft, bepaald overeenkomstig NEN 5128, de warmtedoorgangscoëfficiënt ten hoogste 4,2 W/m2.K is.
4. In het totaal van de uitwendige scheidingsconstructies van een in het eerste lid bedoeld gebouw, waaronder begrepen inwendige scheidingsconstructies als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, mag ten hoogste 2% van de gebruiksoppervlakte van dat gebouw aan constructie-onderdelen aanwezig zijn, dat niet voldoet aan het eerste tot en met het derde lid.