BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 126
Bouwbesluit
1. In een woonwagen of in een gebouw als bedoeld in artikel 140, moet, tenzij artikel 113, derde lid, van toepassing is, ter voorkoming van een onaanvaardbare ophoping van vergiftige of hinderlijke gassen, ten behoeve van een opstelplaats voor een verbrandingstoestel, niet zijnde een kooktoestel met een nominale belasting als bedoeld in NEN 2757 van niet meer dan 15 kW, een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook aanwezig zijn.
2. De voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook moet, wat de toevoer van verbrandingslucht betreft, bepaald overeenkomstig NEN 1087, en wat de afvoer van rook betreft, bepaald overeenkomstig NEN 2757, een in NEN 2757 aangegeven capaciteit hebben.
3. Onverminderd het tweede lid, moet ten behoeve van:
a. de opstelplaats voor een kooktoestel, bedoeld in artikel 142, zijn uitgegaan van een op gas gestookt toestel met een belasting van ten minste 2 kW;
b. de opstelplaats voor een stooktoestel, bedoeld in artikel 144, zijn uitgegaan van een op gas gestookt toestel met een belasting van ten minste 6 kW, en
c. de opstelplaats voor een warmwatertoestel, bedoeld in artikel 145, zijn uitgegaan van een op gas gestookt toestel met een belasting van ten minste 6 kW.
4. In afwijking in zoverre van het derde lid, mag, indien het warmwatertoestel is samengevoegd met het stooktoestel, zijn uitgegaan van een belasting van dat samengevoegde toestel van ten minste 6 kW.
5. De inrichting van een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook, voor zover die voorziening is bestemd voor de toevoer van verbrandingslucht, moet, indien die toevoer rechtstreeks van buiten plaatsvindt, wat de snelheid en de richting van de luchtstroming alsmede de regelbaarheid van de voorziening betreft, ten minste voldoen aan NEN 2757, met dien verstande dat bij de bepaling van die richting en van de ligging van een opening van de voorziening, bouwwerken en daarmee gelijk te stellen belemmeringen buiten beschouwing blijven.
6. De inrichting van een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook moet, voor zover die voorziening is bestemd voor de afvoer van rook, ten minste voldoen aan NEN 2757, met dien verstande dat bij de bepaling van de plaats van de uitmonding van die voorziening, bouwwerken en daarmee gelijk te stellen belemmeringen buiten beschouwing blijven.
2. De voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook moet, wat de toevoer van verbrandingslucht betreft, bepaald overeenkomstig NEN 1087, en wat de afvoer van rook betreft, bepaald overeenkomstig NEN 2757, een in NEN 2757 aangegeven capaciteit hebben.
3. Onverminderd het tweede lid, moet ten behoeve van:
a. de opstelplaats voor een kooktoestel, bedoeld in artikel 142, zijn uitgegaan van een op gas gestookt toestel met een belasting van ten minste 2 kW;
b. de opstelplaats voor een stooktoestel, bedoeld in artikel 144, zijn uitgegaan van een op gas gestookt toestel met een belasting van ten minste 6 kW, en
c. de opstelplaats voor een warmwatertoestel, bedoeld in artikel 145, zijn uitgegaan van een op gas gestookt toestel met een belasting van ten minste 6 kW.
4. In afwijking in zoverre van het derde lid, mag, indien het warmwatertoestel is samengevoegd met het stooktoestel, zijn uitgegaan van een belasting van dat samengevoegde toestel van ten minste 6 kW.
5. De inrichting van een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook, voor zover die voorziening is bestemd voor de toevoer van verbrandingslucht, moet, indien die toevoer rechtstreeks van buiten plaatsvindt, wat de snelheid en de richting van de luchtstroming alsmede de regelbaarheid van de voorziening betreft, ten minste voldoen aan NEN 2757, met dien verstande dat bij de bepaling van die richting en van de ligging van een opening van de voorziening, bouwwerken en daarmee gelijk te stellen belemmeringen buiten beschouwing blijven.
6. De inrichting van een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rook moet, voor zover die voorziening is bestemd voor de afvoer van rook, ten minste voldoen aan NEN 2757, met dien verstande dat bij de bepaling van de plaats van de uitmonding van die voorziening, bouwwerken en daarmee gelijk te stellen belemmeringen buiten beschouwing blijven.