BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 217
Bouwbesluit
1. In een gebouw moeten, afhankelijk van zijn bestemming en grootte, opdat gebruikers van het gebouw zich kunnen wassen, voldoende afsluitbare badruimten aanwezig zijn.
2. Het eerste lid is van toepassing op:
a. een cellengebouw, dat is bestemd voor het gedwongen verblijf van personen gedurende meer dan twee dagen;
b. een gedeelte van een gezondheidszorggebouw, welk gedeelte is bestemd voor het verblijf van patiënten die als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid permanent of tijdelijk aan bed gebonden zijn;
c. een onderwijsgebouw, waarin bouwkundig onderwijs wordt gegeven;
d. een sportgebouw, dat is bestemd voor de zwemsport, en
e. een sportgebouw, dat tot een onderwijsgebouw behoort.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. een bijeenkomstgebouw;
b. een gedeelte van een gezondheidszorggebouw, welk gedeelte niet is bestemd voor het verblijf van patiënten die als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid permanent of tijdelijk aan bed gebonden zijn;
c. een horecagebouw;
d. een onderwijsgebouw, dat niet is bestemd voor bouwkundig onderwijs;
e. een industriegebouw;
f. een sportgebouw, dat niet is bestemd voor de zwemsport;
g. een sportgebouw, dat niet behoort tot een onderwijsgebouw;
h. een stationsgebouw;
i. een winkelgebouw, en
j. een gebouw, niet zijnde een gebouw als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen a tot en met c en e tot en met o.
4. Een badruimte als bedoeld in het eerste lid, moet een vloeroppervlakte hebben van ten minste 1,2 m 2, waarvan de breedte ten minste 0,8 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,1 m is.
5. In afwijking in zoverre van het tweede lid, moet de badruimte die deel uitmaakt van een bijzondere toegankelijkheidssector een vloeroppervlakte hebben van ten minste 1,65 m * 1,8 m, waarboven de hoogte ten minste 2,1 m is.
6. Een badruimte mag, opdat de gebruiksoppervlakte van het gebouw doelmatig kan worden benut, zijn samengevoegd met een toiletruimte, mits de vloeroppervlakte van die samengevoegde ruimte ten minste 2,2 m 2is, waarvan de breedte ten minste 0,8 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,1 m is.
7. In afwijking in zoverre van het vijfde lid, moet de samengevoegde ruimte die in een bijzondere toegankelijkheidssector is gelegen, een vloeroppervlakte hebben van ten minste 7,8 m 2, waarvan de breedte ten minste 2,2 m is.
2. Het eerste lid is van toepassing op:
a. een cellengebouw, dat is bestemd voor het gedwongen verblijf van personen gedurende meer dan twee dagen;
b. een gedeelte van een gezondheidszorggebouw, welk gedeelte is bestemd voor het verblijf van patiënten die als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid permanent of tijdelijk aan bed gebonden zijn;
c. een onderwijsgebouw, waarin bouwkundig onderwijs wordt gegeven;
d. een sportgebouw, dat is bestemd voor de zwemsport, en
e. een sportgebouw, dat tot een onderwijsgebouw behoort.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. een bijeenkomstgebouw;
b. een gedeelte van een gezondheidszorggebouw, welk gedeelte niet is bestemd voor het verblijf van patiënten die als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid permanent of tijdelijk aan bed gebonden zijn;
c. een horecagebouw;
d. een onderwijsgebouw, dat niet is bestemd voor bouwkundig onderwijs;
e. een industriegebouw;
f. een sportgebouw, dat niet is bestemd voor de zwemsport;
g. een sportgebouw, dat niet behoort tot een onderwijsgebouw;
h. een stationsgebouw;
i. een winkelgebouw, en
j. een gebouw, niet zijnde een gebouw als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen a tot en met c en e tot en met o.
4. Een badruimte als bedoeld in het eerste lid, moet een vloeroppervlakte hebben van ten minste 1,2 m 2, waarvan de breedte ten minste 0,8 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,1 m is.
5. In afwijking in zoverre van het tweede lid, moet de badruimte die deel uitmaakt van een bijzondere toegankelijkheidssector een vloeroppervlakte hebben van ten minste 1,65 m * 1,8 m, waarboven de hoogte ten minste 2,1 m is.
6. Een badruimte mag, opdat de gebruiksoppervlakte van het gebouw doelmatig kan worden benut, zijn samengevoegd met een toiletruimte, mits de vloeroppervlakte van die samengevoegde ruimte ten minste 2,2 m 2is, waarvan de breedte ten minste 0,8 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,1 m is.
7. In afwijking in zoverre van het vijfde lid, moet de samengevoegde ruimte die in een bijzondere toegankelijkheidssector is gelegen, een vloeroppervlakte hebben van ten minste 7,8 m 2, waarvan de breedte ten minste 2,2 m is.