BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 124
Bouwbesluit
1. Op een standplaats moet, ter voorkoming van een voor de gezondheid onaanvaardbare situatie op die standplaats, een voorziening aanwezig zijn voor de afvoer van hemelwater, die kan worden aangesloten op het openbaar riool.
2. Het dak van een woonwagen moet een voorziening hebben voor de opvang en afvoer van hemelwater.
3. De uitmonding van de in het tweede lid bedoelde voorziening voor de afvoer van hemelwater moet, verticaal gemeten, zijn gelegen op een afstand van ten hoogste 0,5 m boven de standplaats waarop de woonwagen is geplaatst.
4. De voorzieningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, moeten een capaciteit hebben die, bepaald overeenkomstig NEN 3215, ten minste gelijk is aan de overeenkomstig die norm bepaalde belasting van die voorzieningen.
5. De voorziening voor hemelwater, bedoeld in het eerste lid, mag zijn samengevoegd met de voorziening voor afvalwater en faecaliën, bedoeld in artikel 123, eerste lid, tenzij de voorziening voor hemelwater kan worden aangesloten op het openbaar riool dat uitsluitend is bestemd voor de afvoer van hemelwater.
6. Indien toepassing is gegeven aan het vijfde lid, moet de samengevoegde voorziening, bepaald overeenkomstig NEN 3215, een capaciteit hebben die ten minste gelijk is aan de overeenkomstig die norm bepaalde belasting van die voorziening.
2. Het dak van een woonwagen moet een voorziening hebben voor de opvang en afvoer van hemelwater.
3. De uitmonding van de in het tweede lid bedoelde voorziening voor de afvoer van hemelwater moet, verticaal gemeten, zijn gelegen op een afstand van ten hoogste 0,5 m boven de standplaats waarop de woonwagen is geplaatst.
4. De voorzieningen, bedoeld in het eerste en tweede lid, moeten een capaciteit hebben die, bepaald overeenkomstig NEN 3215, ten minste gelijk is aan de overeenkomstig die norm bepaalde belasting van die voorzieningen.
5. De voorziening voor hemelwater, bedoeld in het eerste lid, mag zijn samengevoegd met de voorziening voor afvalwater en faecaliën, bedoeld in artikel 123, eerste lid, tenzij de voorziening voor hemelwater kan worden aangesloten op het openbaar riool dat uitsluitend is bestemd voor de afvoer van hemelwater.
6. Indien toepassing is gegeven aan het vijfde lid, moet de samengevoegde voorziening, bepaald overeenkomstig NEN 3215, een capaciteit hebben die ten minste gelijk is aan de overeenkomstig die norm bepaalde belasting van die voorziening.