BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 58
Bouwbesluit
1. In afwijking in zoverre van artikel 46, mag de toiletruimte van een in een woongebouw gelegen woning met een gebruiksoppervlakte van minder dan 50 m 2, buiten de woning zijn gelegen, mits in dat woongebouw een of meer gemeenschappelijke toiletruimten aanwezig zijn.
2. Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, mag zijn volstaan met één gemeenschappelijke toiletruimte voor elke gebruiksoppervlakte van 125 m 2of gedeelte daarvan, van het totaal aan gebruiksoppervlakten van de woningen die op die gemeenschappelijke toiletruimte zijn aangewezen.
3. Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid en in het woongebouw ingevolge artikel 42, derde lid, een lift aanwezig is, moet ten minste één gemeenschappelijke toiletruimte een vloeroppervlakte hebben van ten minste 2,2 m * 2,2 m, waarboven de hoogte ten minste 2,1 m is.
4. Een gemeenschappelijke toiletruimte mag, opdat die ruimte onbelemmerd en beschut kan worden bereikt, vanaf de toegangen van de op die ruimte aangewezen woningen uitsluitend bereikbaar zijn door een of meer besloten gemeenschappelijke verkeersruimten.
5. Tussen de vloer van een gemeenschappelijke toiletruimte anders dan de toiletruimte, bedoeld in het derde lid, en de vloer waarop zich de toegangen van de op die ruimte aangewezen woningen bevinden, mag, opdat die ruimte binnen redelijke tijd kan worden bereikt, geen groter hoogteverschil aanwezig zijn dan 3 m.
6. Tussen de toegang van een gemeenschappelijke toiletruimte anders dan de toiletruimte, bedoeld in het eerste lid, en de toegangen van de op die ruimte aangewezen woningen mag, gemeten langs de kortste route, geen grotere afstand aanwezig zijn dan 25 m.
2. Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, mag zijn volstaan met één gemeenschappelijke toiletruimte voor elke gebruiksoppervlakte van 125 m 2of gedeelte daarvan, van het totaal aan gebruiksoppervlakten van de woningen die op die gemeenschappelijke toiletruimte zijn aangewezen.
3. Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid en in het woongebouw ingevolge artikel 42, derde lid, een lift aanwezig is, moet ten minste één gemeenschappelijke toiletruimte een vloeroppervlakte hebben van ten minste 2,2 m * 2,2 m, waarboven de hoogte ten minste 2,1 m is.
4. Een gemeenschappelijke toiletruimte mag, opdat die ruimte onbelemmerd en beschut kan worden bereikt, vanaf de toegangen van de op die ruimte aangewezen woningen uitsluitend bereikbaar zijn door een of meer besloten gemeenschappelijke verkeersruimten.
5. Tussen de vloer van een gemeenschappelijke toiletruimte anders dan de toiletruimte, bedoeld in het derde lid, en de vloer waarop zich de toegangen van de op die ruimte aangewezen woningen bevinden, mag, opdat die ruimte binnen redelijke tijd kan worden bereikt, geen groter hoogteverschil aanwezig zijn dan 3 m.
6. Tussen de toegang van een gemeenschappelijke toiletruimte anders dan de toiletruimte, bedoeld in het eerste lid, en de toegangen van de op die ruimte aangewezen woningen mag, gemeten langs de kortste route, geen grotere afstand aanwezig zijn dan 25 m.