BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 223
Bouwbesluit
1. In een gebouw moet, afhankelijk van zijn bestemming en inrichting, opdat apparatuur voor het opwarmen van water kan worden geplaatst, een opstelplaats voor een warmwatertoestel aanwezig zijn.
2. Het eerste lid is in elk geval van toepassing op:
a. een cellengebouw, dat is bestemd voor het gedwongen verblijf van personen gedurende meer dan twee dagen;
b. een gedeelte van een gezondheidszorggebouw, welk gedeelte is bestemd voor het verblijf van patiënten die als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid permanent of tijdelijk aan bed gebonden zijn;
c. een onderwijsgebouw, dat is bestemd voor bouwkundig onderwijs;
d. een sportgebouw, dat is bestemd voor de zwemsport, en
e. een sportgebouw, dat behoort tot een onderwijsgebouw.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. een bijeenkomstgebouw;
b. een gedeelte van een gezondheidszorggebouw, welk gedeelte niet is bestemd voor het verblijf van patiënten die als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid permanent of tijdelijk aan bed gebonden zijn;
c. een horecagebouw;
d. een onderwijsgebouw, dat niet is bestemd voor bouwkundig onderwijs;
e. een industriegebouw;
f. een sportgebouw, dat niet is bestemd voor de zwemsport;
g. een sportgebouw, dat niet behoort tot onderwijsgebouw;
h. een stationsgebouw;
i. een winkelgebouw, en
j. een gebouw, niet zijnde een gebouw als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen a tot en met c en e tot en met o.
4. De afmetingen van de opstelplaats, zijn afgestemd op de daarop te plaatsen apparatuur.
5. De opstelplaats voor een warmwatertoestel mag zijn samengevoegd met een opstelplaats voor een stooktoestel.
2. Het eerste lid is in elk geval van toepassing op:
a. een cellengebouw, dat is bestemd voor het gedwongen verblijf van personen gedurende meer dan twee dagen;
b. een gedeelte van een gezondheidszorggebouw, welk gedeelte is bestemd voor het verblijf van patiënten die als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid permanent of tijdelijk aan bed gebonden zijn;
c. een onderwijsgebouw, dat is bestemd voor bouwkundig onderwijs;
d. een sportgebouw, dat is bestemd voor de zwemsport, en
e. een sportgebouw, dat behoort tot een onderwijsgebouw.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. een bijeenkomstgebouw;
b. een gedeelte van een gezondheidszorggebouw, welk gedeelte niet is bestemd voor het verblijf van patiënten die als gevolg van hun lichamelijke of geestelijke gesteldheid permanent of tijdelijk aan bed gebonden zijn;
c. een horecagebouw;
d. een onderwijsgebouw, dat niet is bestemd voor bouwkundig onderwijs;
e. een industriegebouw;
f. een sportgebouw, dat niet is bestemd voor de zwemsport;
g. een sportgebouw, dat niet behoort tot onderwijsgebouw;
h. een stationsgebouw;
i. een winkelgebouw, en
j. een gebouw, niet zijnde een gebouw als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdelen a tot en met c en e tot en met o.
4. De afmetingen van de opstelplaats, zijn afgestemd op de daarop te plaatsen apparatuur.
5. De opstelplaats voor een warmwatertoestel mag zijn samengevoegd met een opstelplaats voor een stooktoestel.