BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 310
Bouwbesluit
1. In een gebouw moet, afhankelijk van zijn bestemming en inrichting, ter voorkoming van een voor de gezondheid onaanvaardbare situatie in en bij het gebouw, een voorziening voor de afvoer van afvalwater en faecaliën aanwezig zijn, die is aangesloten op het openbaar riool.
2. De voorziening voor afvalwater en faecaliën moet een zodanige capaciteit hebben dat elk op die voorziening aangesloten lozingstoestel als bedoeld in NEN 3215, binnen 5 minuten is geleegd en moet lucht- en waterdicht zijn. Ten aanzien van de bepaling van de lucht- en waterdichtheid is NEN 3215 van overeenkomstige toepassing.
2. De voorziening voor afvalwater en faecaliën moet een zodanige capaciteit hebben dat elk op die voorziening aangesloten lozingstoestel als bedoeld in NEN 3215, binnen 5 minuten is geleegd en moet lucht- en waterdicht zijn. Ten aanzien van de bepaling van de lucht- en waterdichtheid is NEN 3215 van overeenkomstige toepassing.