BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 256
Bouwbesluit
1. Een constructie-onderdeel, met uitzondering van een dak, moet, ter beperking van ontwikkeling van brand, bepaald overeenkomstig NEN 6065, ten minste behoren tot klasse 4 van de in die norm bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting, met dien verstande dat de naar een vluchtweg en naar een vluchtmogelijkheid waarop een in een logiesgebouw gelegen logiesverblijf is aangewezen, toegekeerde zijde van een constructie-onderdeel ten minste moet behoren tot klasse 2.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid, moet de naar de buitenlucht toegekeerde zijde van een constructie-onderdeel, met uitzondering van een dak, voor zover dat constructie-onderdeel hoger is gelegen dan 13 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het logiesgebouw, ten minste behoren tot klasse 2.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid, moeten een vloer en een tredevlak, bepaald overeenkomstig NEN 1775, ten minste behoren tot klasse T3 van de in die norm bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting, met dien verstande dat een vloer en een tredevlak waarover een vluchtweg voert, moeten behoren tot klasse T1.
4. In afwijking in zoverre van het eerste lid, moet de naar de buitenlucht toegekeerde zijde van een constructie-onderdeel van een logiesgebouw waarin een vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 5 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw, tot een hoogte van ten minste 2,5 m boven het aansluitende terrein behoren tot klasse 1.
5. Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing op een deur, raam, kozijn en op een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel.
6. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de in die leden bedoelde constructie-onderdelen van elke afzonderlijke ruimte van een logiesverblijf en een logiesgebouw.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid, moet de naar de buitenlucht toegekeerde zijde van een constructie-onderdeel, met uitzondering van een dak, voor zover dat constructie-onderdeel hoger is gelegen dan 13 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het logiesgebouw, ten minste behoren tot klasse 2.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid, moeten een vloer en een tredevlak, bepaald overeenkomstig NEN 1775, ten minste behoren tot klasse T3 van de in die norm bedoelde bijdrage tot brandvoortplanting, met dien verstande dat een vloer en een tredevlak waarover een vluchtweg voert, moeten behoren tot klasse T1.
4. In afwijking in zoverre van het eerste lid, moet de naar de buitenlucht toegekeerde zijde van een constructie-onderdeel van een logiesgebouw waarin een vloer van een verblijfsgebied hoger is gelegen dan 5 m boven het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw, tot een hoogte van ten minste 2,5 m boven het aansluitende terrein behoren tot klasse 1.
5. Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing op een deur, raam, kozijn en op een daarmee gelijk te stellen constructie-onderdeel.
6. Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de in die leden bedoelde constructie-onderdelen van elke afzonderlijke ruimte van een logiesverblijf en een logiesgebouw.