BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 414
Bouwbesluit
1. Bij het bouwen van een woonkeet zijn ten minste in acht genomen:
a. de voorschriften van hoofdstuk III;
b. de artikelen 11, tweede tot en met vierde lid, 12, tweede tot en met vijfde en zevende tot en met negende lid, 13, vijfde en zesde lid, 14, eerste, tweede, zesde, achtste, negende en elfde lid, zij het dat voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag telkens 30 minuten mag zijn aangehouden, 15, 16, tweede tot en met zevende lid, 17, 18, 32, zesde tot en met elfde lid, 33 en 34, en
c. de in artikel 406, tweede lid, onderdelen a tot en met d, gegeven waarden.
2. Op de staat van een bestaande woonkeet zijn de voorschriften van hoofdstuk III van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders bij het gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of het vergroten van een woonkeet vrijstelling verlenen van de voorschriften van dat lid tot het niveau van de voorschriften van hoofdstuk III.
4. Bij het verplaatsen van een woonkeet zijn de voorschriften van hoofdstuk III ten minste in acht genomen.
a. de voorschriften van hoofdstuk III;
b. de artikelen 11, tweede tot en met vierde lid, 12, tweede tot en met vijfde en zevende tot en met negende lid, 13, vijfde en zesde lid, 14, eerste, tweede, zesde, achtste, negende en elfde lid, zij het dat voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag telkens 30 minuten mag zijn aangehouden, 15, 16, tweede tot en met zevende lid, 17, 18, 32, zesde tot en met elfde lid, 33 en 34, en
c. de in artikel 406, tweede lid, onderdelen a tot en met d, gegeven waarden.
2. Op de staat van een bestaande woonkeet zijn de voorschriften van hoofdstuk III van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders bij het gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of het vergroten van een woonkeet vrijstelling verlenen van de voorschriften van dat lid tot het niveau van de voorschriften van hoofdstuk III.
4. Bij het verplaatsen van een woonkeet zijn de voorschriften van hoofdstuk III ten minste in acht genomen.