BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 132
Bouwbesluit
1. Indien de badruimte, bedoeld in artikel 139, of de opstelplaats voor een warmwatertoestel, bedoeld in artikel 145, zich bevindt in het gebouw, bedoeld in artikel 140, moet, opdat kan worden beschikt over voor de menselijke hygiëne geschikt warm water, op de standplaats een voorziening aanwezig zijn voor warm water, waarvan de inrichting ten minste voldoet aan artikel 5, eerste lid, onderdeel 2, van de Model-aansluitvoorwaarden voor drinkwater van de Vereniging van Exploitanten van Waterleidingbedrijven in Nederland.
2. Indien de badruimte, bedoeld in artikel 139, of de opstelplaats voor een warmwatertoestel, bedoeld in artikel 145, zich in de woonwagen bevindt, moet in de woonwagen een voorziening aanwezig zijn voor warm water, waarvan de inrichting ten minste voldoet aan artikel 5, eerste lid, onderdeel 2, van de Model-aansluitvoorwaarden voor drinkwater van de Vereniging van Exploitanten van Waterleidingbedrijven in Nederland.
3. De warmwatervoorziening van een standplaats heeft, opdat op die voorziening watertoestellen kunnen worden aangesloten, ten minste één aansluitpunt:
a. in een badruimte gelegen in het gebouw, bedoeld in artikel 140, en
b. bij een opstelplaats voor het warmwatertoestel, gelegen in het gebouw, bedoeld in artikel 140.
4. De warmwatervoorziening van een woonwagen heeft ten minste één aansluitpunt:
a. in een badruimte, en
b. bij een opstelplaats voor het warmwatertoestel.
2. Indien de badruimte, bedoeld in artikel 139, of de opstelplaats voor een warmwatertoestel, bedoeld in artikel 145, zich in de woonwagen bevindt, moet in de woonwagen een voorziening aanwezig zijn voor warm water, waarvan de inrichting ten minste voldoet aan artikel 5, eerste lid, onderdeel 2, van de Model-aansluitvoorwaarden voor drinkwater van de Vereniging van Exploitanten van Waterleidingbedrijven in Nederland.
3. De warmwatervoorziening van een standplaats heeft, opdat op die voorziening watertoestellen kunnen worden aangesloten, ten minste één aansluitpunt:
a. in een badruimte gelegen in het gebouw, bedoeld in artikel 140, en
b. bij een opstelplaats voor het warmwatertoestel, gelegen in het gebouw, bedoeld in artikel 140.
4. De warmwatervoorziening van een woonwagen heeft ten minste één aansluitpunt:
a. in een badruimte, en
b. bij een opstelplaats voor het warmwatertoestel.