BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 198
Bouwbesluit
1. De in NEN 2778 bedoelde factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, toiletruimte of badruimte van een gebouw waarin een opstelplaats voor een stooktoestel aanwezig moet zijn of van een gebouw dat is aangesloten op het distributienet voor stadsverwarming, mag, ter beperking van vorming van allergenen, bepaald overeenkomstig die norm, niet lager zijn dan 0,5.
2. Het eerste lid is ten aanzien van een in dat lid bedoeld gebouw van overeenkomstige toepassing op een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, toiletruimte of badruimte en de kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het voldoen van die constructie aan dit lid.
3. De in NEN 2778 bedoelde factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte van een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, toiletruimte of badruimte van een gebouw als bedoeld in het eerste lid, voor zover die constructie niet de scheiding vormt met een ander verblijfsgebied of met een andere toiletruimte of badruimte, mag, bepaald overeenkomstig die norm, niet lager zijn dan 0,5.
4. Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing op in de in die leden bedoelde scheidingsconstructies aanwezige kozijnen, alsmede op in die constructies aanwezige deuren en ramen en daarmee gelijk te stellen constructie-onderdelen.
5. Een constructie die de scheiding vormt tussen een toiletruimte en een andere besloten ruimte, de buitenlucht, de grond of het water, mag, ter beperking van het kunnen binnendringen van vocht vanuit de toiletruimte in die constructie, aan de naar de toiletruimte toegekeerde oppervlakte, tot een hoogte van 1,2 m boven de vloer van de toiletruimte, bepaald overeenkomstig NEN 2778, gemiddeld geen grotere wateropname als bedoeld in die norm, hebben dan 0,01 kg/(m 2.s½), met dien verstande dat op geen enkele plaats op die oppervlakte de wateropname groter mag zijn dan 0,2 kg/(m 2.s½).
6. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op een badruimte, met dien verstande dat ter plaatse van het bad of de douche over een lengte van ten minste 3 m een hoogte van 2,1 m boven de vloer van die ruimte moet zijn aangehouden.
2. Het eerste lid is ten aanzien van een in dat lid bedoeld gebouw van overeenkomstige toepassing op een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, toiletruimte of badruimte en de kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het voldoen van die constructie aan dit lid.
3. De in NEN 2778 bedoelde factor van de temperatuur van de binnenoppervlakte van een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, toiletruimte of badruimte van een gebouw als bedoeld in het eerste lid, voor zover die constructie niet de scheiding vormt met een ander verblijfsgebied of met een andere toiletruimte of badruimte, mag, bepaald overeenkomstig die norm, niet lager zijn dan 0,5.
4. Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing op in de in die leden bedoelde scheidingsconstructies aanwezige kozijnen, alsmede op in die constructies aanwezige deuren en ramen en daarmee gelijk te stellen constructie-onderdelen.
5. Een constructie die de scheiding vormt tussen een toiletruimte en een andere besloten ruimte, de buitenlucht, de grond of het water, mag, ter beperking van het kunnen binnendringen van vocht vanuit de toiletruimte in die constructie, aan de naar de toiletruimte toegekeerde oppervlakte, tot een hoogte van 1,2 m boven de vloer van de toiletruimte, bepaald overeenkomstig NEN 2778, gemiddeld geen grotere wateropname als bedoeld in die norm, hebben dan 0,01 kg/(m 2.s½), met dien verstande dat op geen enkele plaats op die oppervlakte de wateropname groter mag zijn dan 0,2 kg/(m 2.s½).
6. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op een badruimte, met dien verstande dat ter plaatse van het bad of de douche over een lengte van ten minste 3 m een hoogte van 2,1 m boven de vloer van die ruimte moet zijn aangehouden.