BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 414a
Bouwbesluit
1. Bij het bouwen van een niet-permanent niet tot bewoning bestemd gebouw zijn ten minste in acht genomen:
a. de voorschriften van hoofdstuk VIII;
b. de artikelen 180, 183, tweede tot en met vierde lid, 184, tweede tot en met vijfde en zevende tot en met negende lid, 185, tweede en derde lid, 203, vierde tot en met negende lid, 204 en 205, en
c. de in artikel 408, tweede lid, onderdelen a tot en met d, gegeven waarden.
2. De staat van een bestaand niet-permanent niet tot bewoning bestemd gebouw voldoet ten minste aan de voorschriften van hoofdstuk VIII.
3. In afwijking van het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders bij het gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of het vergroten van een niet-permanent niet tot bewoning bestemd gebouw vrijstelling verlenen van de voorschriften van dat lid tot het niveau van de voorschriften van hoofdstuk VIII.
4. Bij het verplaatsen van een niet-permanent niet tot bewoning bestemd gebouw zijn de voorschriften van hoofdstuk VIII ten minste in acht genomen.
a. de voorschriften van hoofdstuk VIII;
b. de artikelen 180, 183, tweede tot en met vierde lid, 184, tweede tot en met vijfde en zevende tot en met negende lid, 185, tweede en derde lid, 203, vierde tot en met negende lid, 204 en 205, en
c. de in artikel 408, tweede lid, onderdelen a tot en met d, gegeven waarden.
2. De staat van een bestaand niet-permanent niet tot bewoning bestemd gebouw voldoet ten minste aan de voorschriften van hoofdstuk VIII.
3. In afwijking van het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders bij het gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of het vergroten van een niet-permanent niet tot bewoning bestemd gebouw vrijstelling verlenen van de voorschriften van dat lid tot het niveau van de voorschriften van hoofdstuk VIII.
4. Bij het verplaatsen van een niet-permanent niet tot bewoning bestemd gebouw zijn de voorschriften van hoofdstuk VIII ten minste in acht genomen.