BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 48
Bouwbesluit
1. Tot een woning moet, opdat voorwerpen beschermd tegen weer en wind kunnen worden opgeborgen, ten minste één, van buiten de woning toegankelijke, afsluitbare bergruimte behoren, waarvan de vloeroppervlakte ten minste 6,5% van de gebruiksoppervlakte van de woning is, met een minimum van 3,5 m 2, van welke vloeroppervlakte de breedte ten minste 1,5 m en de hoogte boven die oppervlakte ten minste 2,1 m is.
2. Een uitwendige scheidingsconstructie van de bergruimte, bedoeld in het eerste lid, moet, ter beperking van het kunnen binnendringen van vocht in die ruimte, bepaald overeenkomstig NEN 2778, ten minste regenwerend zijn.
2. Een uitwendige scheidingsconstructie van de bergruimte, bedoeld in het eerste lid, moet, ter beperking van het kunnen binnendringen van vocht in die ruimte, bepaald overeenkomstig NEN 2778, ten minste regenwerend zijn.