BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 414d
Bouwbesluit
1. Bij het bouwen van een niet-permanent bouwwerk, geen gebouw zijnde, zijn ten minste in acht genomen:
a. de voorschriften van hoofdstuk XI, en
b. de artikelen 365, 367, tweede tot en met vierde lid, 368, eerste lid, 369, derde lid, en 377.
2. De staat van een bestaand niet-permanent bouwwerk, geen gebouw zijnde, voldoet ten minste aan de voorschriften van hoofdstuk XI.
3. In afwijking van het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders bij het gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of het vergroten van een niet-permanent bouwwerk, geen gebouw zijnde, vrijstelling verlenen van de voorschriften van dat lid tot het niveau van de voorschriften van hoofdstuk XI.
4. Bij het verplaatsen van een niet-permanent bouwwerk, geen gebouw zijnde, zijn de voorschriften van hoofdstuk XI ten minste in acht genomen.
a. de voorschriften van hoofdstuk XI, en
b. de artikelen 365, 367, tweede tot en met vierde lid, 368, eerste lid, 369, derde lid, en 377.
2. De staat van een bestaand niet-permanent bouwwerk, geen gebouw zijnde, voldoet ten minste aan de voorschriften van hoofdstuk XI.
3. In afwijking van het eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders bij het gedeeltelijk vernieuwen, veranderen of het vergroten van een niet-permanent bouwwerk, geen gebouw zijnde, vrijstelling verlenen van de voorschriften van dat lid tot het niveau van de voorschriften van hoofdstuk XI.
4. Bij het verplaatsen van een niet-permanent bouwwerk, geen gebouw zijnde, zijn de voorschriften van hoofdstuk XI ten minste in acht genomen.