BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 370
Bouwbesluit
1. Een naar een tunnel of daarmee vergelijkbaar bouwwerk, geen gebouw zijnde, toegekeerde zijde van een constructie-onderdeel mag, ter beperking van rookproduktie, bepaald overeenkomstig NEN 6066, geen grotere rookdichtheid hebben dan 10 m-1.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid, mag, indien door een tunnel of een daarmee vergelijkbaar bouwwerk, geen gebouw zijnde, een vluchtweg voert, de rookdichtheid niet groter zijn dan:
a. 5,4 m-1, indien het constructie-onderdeel behoort tot klasse 1 van de bijdrage tot brandvoortplanting, bepaald overeenkomstig NEN 6065, en
b. 2,2 m-1, indien het constructie-onderdeel behoort tot klasse 2 van de bijdrage tot brandvoortplanting, bepaald overeenkomstig NEN 6065.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op een in dat lid bedoeld constructie-onderdeel, voor zover het een vloer of tredevlak van een trap is.
4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de naar die ruimte toegekeerde zijden van de constructie-onderdelen.
5. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de naar de weg toegekeerde zijde van een constructie-onderdeel van een voor het verkeer bestemd bouwwerk van enige omvang.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid, mag, indien door een tunnel of een daarmee vergelijkbaar bouwwerk, geen gebouw zijnde, een vluchtweg voert, de rookdichtheid niet groter zijn dan:
a. 5,4 m-1, indien het constructie-onderdeel behoort tot klasse 1 van de bijdrage tot brandvoortplanting, bepaald overeenkomstig NEN 6065, en
b. 2,2 m-1, indien het constructie-onderdeel behoort tot klasse 2 van de bijdrage tot brandvoortplanting, bepaald overeenkomstig NEN 6065.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op een in dat lid bedoeld constructie-onderdeel, voor zover het een vloer of tredevlak van een trap is.
4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de naar die ruimte toegekeerde zijden van de constructie-onderdelen.
5. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de naar de weg toegekeerde zijde van een constructie-onderdeel van een voor het verkeer bestemd bouwwerk van enige omvang.