BWBR0005321
Geldig vanaf 1992-10-01
Artikel 43
Bouwbesluit
1. In een woning met een gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m 2moet, opdat die woning mede door rolstoelgebruikers kan worden gebruikt, ten minste 35% van het verblijfsgebied zijn gelegen in een gedeelte van de woning dat rechtstreeks bereikbaar is vanaf het aansluitende terrein.
2. Een verkeersruimte in het in het eerste lid bedoelde gedeelte van de woning moet een vrije vloeroppervlakte hebben met een breedte van ten minste 1,4 m.
3. Een toegang van een ruimte, gelegen in het in het eerste lid bedoelde gedeelte van de woning, moet een vrije doorgang hebben met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste 2,1 m.
4. In het in het eerste lid bedoelde gedeelte van de woning moeten ten minste één toiletruimte en ten minste één badruimte zijn gelegen.
5. Het hoogteverschil tussen ten minste één toegang van het in het eerste lid bedoelde gedeelte van de woning en het aansluitende terrein mag niet groter zijn dan 1 m en moet, tenzij het hoogteverschil niet groter is dan 0,02 m, zijn overbrugd door een hellingbaan als bedoeld in artikel 6.
6. Hoogteverschillen van meer dan 0,02 m tussen de vloeren van ruimten, gelegen in het in het eerste lid bedoelde gedeelte van de woning, moeten zijn overbrugd door een hellingbaan als bedoeld in artikel 6, of een lift, waarvan de vrije vloeroppervlakte ten minste 1,05 m * 1,35 m is.
2. Een verkeersruimte in het in het eerste lid bedoelde gedeelte van de woning moet een vrije vloeroppervlakte hebben met een breedte van ten minste 1,4 m.
3. Een toegang van een ruimte, gelegen in het in het eerste lid bedoelde gedeelte van de woning, moet een vrije doorgang hebben met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste 2,1 m.
4. In het in het eerste lid bedoelde gedeelte van de woning moeten ten minste één toiletruimte en ten minste één badruimte zijn gelegen.
5. Het hoogteverschil tussen ten minste één toegang van het in het eerste lid bedoelde gedeelte van de woning en het aansluitende terrein mag niet groter zijn dan 1 m en moet, tenzij het hoogteverschil niet groter is dan 0,02 m, zijn overbrugd door een hellingbaan als bedoeld in artikel 6.
6. Hoogteverschillen van meer dan 0,02 m tussen de vloeren van ruimten, gelegen in het in het eerste lid bedoelde gedeelte van de woning, moeten zijn overbrugd door een hellingbaan als bedoeld in artikel 6, of een lift, waarvan de vrije vloeroppervlakte ten minste 1,05 m * 1,35 m is.