BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 9.33
Regeling toelatingseisen
1. Het dimlicht moet aan de voorzijde van het voertuig zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,40 m en niet meer dan 1,25 m boven het wegdek.
2. Het achterlicht aan de achterzijde moet zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,60 m boven het wegdek.
3. Het remlicht moet zijn aangebracht:
a. in het midden;
b. op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,60 m boven het wegdek.
4. De niet-driehoekige rode retroreflectoren moeten aan de achterzijde zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,20 m boven het wegdek.
2. Het achterlicht aan de achterzijde moet zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,60 m boven het wegdek.
3. Het remlicht moet zijn aangebracht:
a. in het midden;
b. op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,60 m boven het wegdek.
4. De niet-driehoekige rode retroreflectoren moeten aan de achterzijde zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,20 m boven het wegdek.