BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 7.94
Regeling toelatingseisen
Aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg, mogen zijn voorzien van een oplooprem die voldoet aan de volgende eisen:
a. indien de bedrijfsrem als oplooprem is uitgevoerd moet deze zodanig werken dat de som van de aan de omtrek van de wielen uitgeoefende remkrachten ten minste gelijk is aan 45% van de toegestane maximum massa van de aanhangwagen. De remkrachten moeten worden verkregen bij een oploopkracht van 6% van de toegestane maximum massa indien het een aanhangwagen met twee of meer assen betreft, en bij een oploopkracht van 9% van de toegestane maximum massa indien het een middenasaanhangwagen betreft;
b. de constructie van de oplooprem moet het mogelijk maken met beladen aanhangwagen achteruit te rijden. Indien de oplooprem daartoe buiten werking moet worden gesteld, moet deze bij het wederom vooruit rijden van de aanhangwagen automatisch in de bedrijfsvaardige toestand terugkeren.
a. indien de bedrijfsrem als oplooprem is uitgevoerd moet deze zodanig werken dat de som van de aan de omtrek van de wielen uitgeoefende remkrachten ten minste gelijk is aan 45% van de toegestane maximum massa van de aanhangwagen. De remkrachten moeten worden verkregen bij een oploopkracht van 6% van de toegestane maximum massa indien het een aanhangwagen met twee of meer assen betreft, en bij een oploopkracht van 9% van de toegestane maximum massa indien het een middenasaanhangwagen betreft;
b. de constructie van de oplooprem moet het mogelijk maken met beladen aanhangwagen achteruit te rijden. Indien de oplooprem daartoe buiten werking moet worden gesteld, moet deze bij het wederom vooruit rijden van de aanhangwagen automatisch in de bedrijfsvaardige toestand terugkeren.