BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 5.15
Regeling toelatingseisen
1. De LPG-installatie moet zijn voorzien van een verklaring met bijbehorende detailtekening door of namens de fabrikant van het motorrijtuig, indien er sprake is van één of meer van de volgende situaties:
a. in de carrosseriebodem is een gat gemaakt, niet zijnde een gat in de bodemplaat van ten hoogste 150 bij 150 mm ten behoeve van een inspectieluikje dan wel doorvoergaten ten behoeve van leidingen en gaten voor de montage van de LPG-tank;
b. de carrosseriebodem is in ernstige mate vervormd waardoor de stijfheid en sterkte van de carrosserie is beïnvloed;
c. langs- of dwarsprofielen dan wel versterkingsdelen van de mee- of zelfdragende carrosserie zijn verwijderd die de stijfheid en sterkte van de carrosserie beïnvloeden;
d. het motorrijtuig is voorzien van een lastafhankelijke remkrachtregelaar en de vering is gewijzigd om te kunnen voldoen aan het gestelde in artikel 5.19, eerste lid.
2. Indien de LPG-tank op het dak van het motorrijtuig wordt aangebracht is een verklaring met bijbehorende detailtekening door of namens de fabrikant van het motorrijtuig vereist.
a. in de carrosseriebodem is een gat gemaakt, niet zijnde een gat in de bodemplaat van ten hoogste 150 bij 150 mm ten behoeve van een inspectieluikje dan wel doorvoergaten ten behoeve van leidingen en gaten voor de montage van de LPG-tank;
b. de carrosseriebodem is in ernstige mate vervormd waardoor de stijfheid en sterkte van de carrosserie is beïnvloed;
c. langs- of dwarsprofielen dan wel versterkingsdelen van de mee- of zelfdragende carrosserie zijn verwijderd die de stijfheid en sterkte van de carrosserie beïnvloeden;
d. het motorrijtuig is voorzien van een lastafhankelijke remkrachtregelaar en de vering is gewijzigd om te kunnen voldoen aan het gestelde in artikel 5.19, eerste lid.
2. Indien de LPG-tank op het dak van het motorrijtuig wordt aangebracht is een verklaring met bijbehorende detailtekening door of namens de fabrikant van het motorrijtuig vereist.