BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 8.27
Regeling toelatingseisen
De breedtespiegel moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder ten minste een vlak en horizontaal weggedeelte met een breedte van 12,50 m kan overzien, dat zich uitstrekt van een punt gelegen op 15,00 m tot een punt gelegen op ten minste 25,00 m achter de oogpunten van de bestuurder. Dit gedeelte wordt links begrensd door het aan de lengte-as van het voertuig evenwijdige verticale vlak door het meest rechtse punt van het voertuig. Tevens moet een weggedeelte over een breedte van 2,50 m vanaf een punt gelegen op 3,00 m achter vorenbedoelde oogpunten oplopend tot een breedte van 12,50 m gelegen op een afstand van 15,00 m achter meerbedoelde oogpunten, zichtbaar zijn, zoals weergegeven in figuur 14.