BWBR0009107
Geldig vanaf 2007-02-13
Artikel 8.23
Regeling toelatingseisen
1. De binnenspiegel van personenauto's en bedrijfsauto's moet zodanig zijn geplaatst, dat de bestuurder ten minste een vlak en horizontaal weggedeelte, waarvan het midden in het verticale vlak door de lengte-as van het voertuig ligt, kan overzien vanaf een afstand van 60,00 m van de achterzijde van het voertuig tot aan de horizon over een breedte van 20,00 m, zoals weergegeven in figuur 9.
2. Een vermindering van het gezichtsveld, als gevolg van de aanwezigheid van hoofdsteunen en inrichtingen zoals zonnekleppen, ruitewissers op de achterruit en verwarmingselementen, is toegestaan voor zover daardoor niet meer dan 15% van het vereiste gezichtsveld aan het gezicht wordt onttrokken.
2. Een vermindering van het gezichtsveld, als gevolg van de aanwezigheid van hoofdsteunen en inrichtingen zoals zonnekleppen, ruitewissers op de achterruit en verwarmingselementen, is toegestaan voor zover daardoor niet meer dan 15% van het vereiste gezichtsveld aan het gezicht wordt onttrokken.